Doornroosje & Windenergie

“Gedragscode: Ook voor de overheid en niet alleen voor de windbranche”

dinsdag 25 november 2014

Doornroosje en windenergie (PDF)

Geschreven door: prof. dr. Albert Koers (voorzitter NLVOW)

U wist het misschien nog niet maar het sprookje van Doornroosje bevat een diepe les voor bestuurders en managers: als je een fee niet uitnodigt op je feestje, wordt ze boos, laat ze je in slaap vallen en loop je zo maar 15 jaar vertraging op met je project. Op het ministerie van Economische Zaken hebben ze die les nog niet ontdekt zoals weer eens bleek in het Wetgevingsoverleg tussen de minister van Economische Zaken en de Commissie Economische Zaken op 17 november j.l. Bij die gelegenheid ontkende de minister van EZ voor de zoveelste keer dat omwonenden een serieus te nemen partij zijn als het gaat om het realiseren van de 6000 MW windenergie op land van het Energieakkoord. Dus worden die omwonenden in de rol gedrukt van boze fee, proberen ze overal plannen voor windenergie in de slaapstand te krijgen met als gevolg dat die Doornroosje met Windturbine6000 MW zo maar 15 jaar achterstand op kan lopen.

Zeker, er zijn omwonenden waar geen land mee te bezeilen valt, maar dat geldt ook voor een bepaald soort windondernemers. Met veel omwonenden valt echter best te praten als aan één voorwaarde wordt voldaan: dat ze fatsoenlijk worden behandeld. Dus beschermd worden tegen overlast door geluid en slagschaduw, een redelijke vergoeding ontvangen van waardevermindering van huizen en er op kunnen vertrouwen dat de overheid regels en voorschriften handhaaft in plaats van er een loopje mee te nemen. Om dat concreet te maken stelde de NLVOW een eigen gedragscode op, natuurlijk om op te komen voor de rechten en belangen van omwonenden, maar zonder daarbij voorbij te gaan aan de rechten en belangen van bona fide windondernemers. En waarvan minister Kamp dus niets wil weten, zo liet hij de Tweede Kamer op 17 november maar weer eens weten.

Waarom belijdt Den Haag – want het fenomeen is ruimer dan EZ – in alle toonaarden het belang van draagvlak voor windenergie, maar doet het niets aan het versterken van draagvlak in de praktijk?  En laat het zelfs kansen lopen die op een presenteerblaadje aangereikt worden? Zoals de NLVOW gedragscode die wel echt zal bijdragen aan draagvlak. Treurig, maar waar: de NLVOW heeft de afgelopen maanden meer gedaan aan het versterken van draagvlak (aantoonbaar o.a. bij Korendijk, in Friesland, bij Wijchen en in de Wieringermeer) dan alle betrokken overheden bij elkaar, om het nog maar niet te hebben over de windsector die blijft volharden in sociaal-maatschappelijk autisme en in de praktijk slechts oog heeft voor het eigen bedrijfsbelang.

De diepere vraag is natuurlijk waarom het ministerie van EZ (of Den Haag in het algemeen) de les van Doornroosje niet kent of, als dat wel het geval is, er niet naar handelt. Want de rechten en belangen van omwonenden blijven ontkennen is dus uitermate contra-productief voor de eigen doelstellingen en zou zelfs wel eens de belangrijkste reden kunnen zijn waarom die 6000 MW van het Energieakkoord niet gehaald gaat worden. De ziel van een ministerie is ondoorgrondelijk, maar de kern zou wel eens kunnen zitten in twee zaken die voor EZ heilig zijn als het gaat om de energievoorziening van Nederland: leveringszekerheid en lage kosten. En gelijk heeft het ministerie met die opstelling: beide  zaken zijn inderdaad essentieel voor de Nederlandse economie. Terecht dus dat EZ er dogma’s van maakt. Maar het gaat fout als EZ het in de praktijk brengen van die dogma’s uitsluitend opvat als een economisch-technische kwestie en geen oog heeft – of wil hebben – voor de sociaal-maatschappelijke kanten. Terwijl die juist bij windenergie zo belangrijk zijn. Tunnelvisie: dat is het probleem van EZ. Binnen het eigen blikveld weet EZ waarvoor het staat en wat er moet gebeuren, maar daarbuiten: blinde vlek. En dat niet alleen bij windenergie, maar ook bij andere energiedossiers, zoals  schade door aardgaswinning.

Daar komt nog één ding bij dat de impact van die sociaal-maatschappelijke blinde vlek van EZ nog veel groter maakt, althans als je omwonende bent of dreigt te worden van een windpark. Het ministerie van EZ is ook nog eens doordrenkt van een ander dogma: het neo-liberale idee dat zoveel mogelijk zaken aan de markt moeten worden overgelaten. En dus is voor EZ het realiseren van die 6000 MW een zaak van, voor en door het bedrijfsleven. En dus moet je – vindt EZ – dat bedrijfsleven verleiden om mee te doen door het royale subsidies aan te bieden, moet je het bedrijfsleven ondersteunen met een “Rijksdienst voor Ondernemend Nederland” en moet je dat bedrijfsleven niet lastig vallen met allerlei regels om omwonenden een beetje bescherming te geven. Sterker: moet je zoveel mogelijk regels afschaffen die de ruimte voor “windondernemend Nederland” zouden kunnen beperken, never mind de gevolgen daarvan voor omwonenden. En dus eis je van provincies dat ze “zoekgebieden” aanwijzen waar het bedrijfsleven alle ruimte krijgt om aan de slag te gaan met windenergie en vervang je lokale geluidsnormen door veel ruimere landelijke normen waartegen omwonenden bovendien niet in beroep kunnen gaan. Als het dan toch moet – die duurzame energie – hou dan de kosten zo laag mogelijk en zet dus zoveel mogelijk windenergie op land. Zo ongeveer moet EZ redeneren binnen de eigen dogmatiek. En dus: geen oog voor de sociaal-maatschappelijke aspecten en vrij baan voor het bedrijfsleven. Terwijl – de NLVOW kan het bewijzen – een minimale toeslag op de kosten van een kWh windenergie voldoende zou zijn om omwonenden financieel fatsoenlijk te behandelen.

De minister van EZ heeft dus groot gelijk dat hij niet met de NLVOW wil praten: ze zouden eens een punt hebben. Of nog erger: stel dat ze een oplossing hebben! Nee, windenergie is het feestje van het bedrijfsleven en die omwonenden krijgen – lekker puh – nog steeds geen uitnodiging. Wees dus niet verbaasd als er in 2018 of zo een parlementaire enquête komt die na lang en gedegen onderzoek tot de conclusie komt dat de reden voor het mislukken van het Energieakkoord en van het niet halen van die 6000 MW niet heeft gelegen bij de burgers van dit land, maar in de manier waarop de overheid die burgers behandelde. En dat de verantwoordelijkheid daarvoor niet alleen bij EZ lag, maar bij Den Haag als geheel, inclusief de Tweede Kamer.

Deel deze informatie!Tweet about this on Twitter0Email this to someoneShare on Google+0