Hoe de heren Kamp en Nijpels windenergie op land om zeep helpen”

“Hoe de heren Kamp en Nijpels windenergie op land om zeep helpen”

zaterdag 7 maart 2015

Bullying  (pdf) Bullying

Geschreven door: Albert Koers (voorzitter NLVOW)
In de vorige NLVOW blog richtte Rob Rietveld zich vooral op de meer dan riante positie van grondeigenaren en gaf hij aan dat ze die vooral te danken hebben aan het feit dat het Rijk de realisatie van windparken aan de markt overlaat. In deze blog wil ik daarop voortbouwen en laten zien dat dit nog maar het tipje van de ijsberg is. De hele aanpak van het Rijk zoals op dit moment uitgedragen door de heren Kamp en Nijpels, respectievelijk minister van Economische Zaken en Voorzitter van de Commissie Borging Energieakkoord, is ten diepste contraproductief voor de doelstellingen van het Rijk. En is de belangrijkste oorzaak van al het verzet tegen windenergie op land. Waarom?

Vooraf: die totaal foute aanpak van het Rijk is niet bedacht door de heren Kamp en Nijpels, maar zij hebben zich er wel aan verbonden toen ze “ja” zeiden op de functies die ze thans bekleden. Aldus erfden zij, en namen ze verantwoordelijkheid voor, de decennia-lange weigering van het Rijk om aan de burgers van dit land een overtuigende en neutrale analyse voor te leggen waarom windenergie goed is voor Nederland. Nee, dat het moet van Brussel volstaat niet want van Brussel mogen we ook heel andere dingen doen dan windenergie. En, nee, niet onderbouwde verhalen over de voordelen van windenergie – zoals: reductie van CO2 uitstoot; minder afhankelijkheid van het buitenland; en essentieel voor duurzaamheid – volstaan evenmin. Al was het alleen maar omdat er plausibele tegenargumenten zijn die vragen om inhoudelijke weerlegging. Verkooppraatjes en machtswoorden van het soort “Het is zo omdat ik zeg dat het zo is” volstaan in deze tijd niet meer.

Het ontbreken van een overtuigende en neutrale analyse over nut en noodzaak van windenergie veroorzaakt des te meer pijn omdat het Rijk vervolgens stelt dat het vinden van ruimte voor al die windparken een zaak is van nationaal belang. Waarmee het Rijk de deur openzet voor zichzelf om aan de slag te gaan met de Rijkscoördinatieregeling (RCR) die het – kort gezegd – mogelijk maakt voor het Rijk om provincies en gemeenten aan de kant te schuiven. Als die provincies en gemeenten niet doen wat het Rijk wil, neemt het Rijk met een beroep op de RCR de besluitvorming over. Gevolg: richting gemeenten en provincies gedraagt het Rijk zich als en bully: als je niet doet wat ik wil, zal ik je leren. Zie het IPO-akkoord tussen Rijk en provincies waarin dat expliciet zo wordt gezegd. Maar provincies en gemeenten hebben het Rijk op allerlei manieren nodig en dus slikken ze het machtwoord van het Rijk. Maar sputteren ze tot op de dag van vandaag op allerlei manieren tegen. Waar de heren Kamp en Nijpels dan vervolgens weer schande van spreken

Maar bullying smaakt naar meer en dus moesten niet alleen die provincies en gemeenten onder het  vloerkleed  – de rode loper voor windenergie? – worden geschoven, maar moest er ook wat gedaan worden aan al die lastige burgers die maar bezig blijven met bezwaar maken en in beroep gaan. De kans om daar wat aan te doen kwam in 2010 toen het Rijk de Crisis- en Herstelwet (CHW) bedacht om dit land van de ondergang te redden. En dus werd de bouw van windparken onder de werking van de CHW gebracht. Terwijl de werkgelegenheid van windparken vooral terecht komt in het buitenland (Duitsland en Denemarken) en terwijl overheden de belangrijkste bron van vertraging waren bij de realisatie van windprojecten. Niettemin beperkt de CHW de mogelijkheden van burgers om juridisch in verzet te komen tegen plannen voor windparken door – kort samengevat – restricties op te leggen aan bezwaar en beroep.  Burgers ook in hun hok.

Geen nut en noodzaak analyse, provincies en gemeenten gereduceerd tot machteloze uitvoerders en burgers rechten afgepakt die ze voor andere (en veel minder ingrijpende) projecten wel hebben.  De boodschap is duidelijk: het Rijk is de opperbaas en de rest van de spelers moet doen wat de opperbaas wil. Misschien wel een heldere relatie, maar niet een relatie die inspireert, die mensen en organisaties betrekt en die een beroep doet op saamhorigheid en samenwerking. Nee, “command and control” – dat is het devies. En nee, dat Energieakkoord verandert daar niets aan want het is niet veel meer dan een schaamlap voor het Rijk om te kunnen zeggen dat maar liefst 40 organisaties zich hebben overgeleverd aan de “command and control” van het Rijk. Vandaar die commissie van de heer Nijpels: die moet “borgen” – dus die 40 organisaties bij de les houden. En dat is echt iets anders dan inspireren en betrekken.

Is het een wonder dat er in de samenleving steeds meer verzet ontstaat tegen de plannen van het Rijk voor windenergie op land? Als dat verzet al niet gebaseerd is op de overtuiging dat windenergie helemaal niet oplevert wat de voorstanders betogen, dan is het wel de “command and control” aanpak van het Rijk. Zij die vrezen dat ze onder de voet worden gelopen, hebben nu eenmaal de neiging om te vluchten en als dat niet meer kan, om te vechten. Die elementaire psychologische waarheid schijnt bij de heren Kamp en Nijpels en hun medestanders niet bekend te zijn, althans is niet terug te vinden in hun gedrag. Voor de één is “afspraak is afspraak” het hoogst bereikbare gedachtegoed – voor de ander is dat “borgen”. En dat is alleen maar een ander woord voor precies hetzelfde idee: doordrammen en doordrukken. Als het om windenergie gaat, is de kloof tussen burger en overheid dus vooral door de overheid – het Rijk – zelf gemaakt, terwijl de heren Kamp en Nijpels onverdroten doorgaan met het uitdiepen en verbreden van die kloof. Maar er is meer.

Zoals de blog van Rob Rietveld al duidelijk maakte, laat het Rijk – na zich eerst in de positie van opperbaas te hebben gebullied – de realisatie van windparken vervolgens over aan de markt.  Dat wil zeggen: het Rijk wijst “zoekgebieden” aan waar windparken mogen komen of het Rijk dwingt provincies dat te doen – excuus: maakt daar “afspraken” over. Waarop vervolgens het Rijk (en de provincies) achterover leunen en het aan de markt  – grondeigenaren en investeerders dus- overlaat om binnen die zoekgebieden concrete projecten te ontwikkelen en voor te dragen voor vergunningverlening. Terwijl – en dat is de essentie van dat “achterover leunen” -  het Rijk niets doet om die markt een beetje netjes in te richten, al was het alleen maar om zwakkere partijen – zoals omwonenden – een redelijke mate van bescherming te bieden tegen al die kapitaal- en kenniskrachtige markpartijen met hun goedbetaalde adviesbureaus. Dus voor omwonenden geen bescherming tegen waardedaling van huizen (planschade is een lachertje), tegen geluidsoverlast (de huidige normen staan toe dat 80% van de omwonenden gezondheidsproblemen ervaart) en tegen aantasting van woon- en leefklimaat.

En de heren Kamp en Nijpels staan er bij, kijken er naar en beklagen zich erover dat er zoveel verzet is tegen winenergie op land. Maar dat verzet lokken ze dus zelf uit door maar door te gaan met “command and control” en door de slachtoffers van dat doordrukken en doordrammen – de omwonenden -  aan hun lot over te laten. Het Rijk danst naar de pijpen van de windsector want die belooft dat die 6000 MW er komen. En dus zijn de heren Kamp en Nijpels bijvoorbeeld heel blij met een gedragscode van de windsector die met een heleboel loze woorden niets oplevert voor omwonenden en wordt de NLVOW gedragscode die dat wel doet door hen doodgezwegen.

Is het een wonder dat het verzet tegen windenergie op land alleen maar toeneemt? Welnee, want de heren Kamp en Nijpels werken er hard aan!

Deel deze informatie!Tweet about this on Twitter0Email this to someoneShare on Google+0