MVO

Waarom kan de windsector niet normaal gaan doen?

zondag, 20 maart 2016  pdf: 160320 OD 42 – Maatschappelijk verantwoord ondernemen (1)

Door zich net als andere sectoren van het bedrijfsleven te gaan gedragen conform de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen

Geschreven door Albert Koers

Zo langzamerhand begin ik – en ook mijn mede NLVOW-bestuursleden – er genoeg van te krijgen: de hardnekkige pogingen ons te framen als anti-windenergie, althans als het gaat om windenergie op land. Dat gebeurt niet alleen door de windsector, maar zo af en toen ook door dienaren van de overheid. Soms zeer expliciet, soms meer impliciet. Zie bijvoorbeeld recente tweets naar aanleiding van de klacht die wij bij de Nationale Ombudsman hebben ingediend over de halve en hele onwaarheden die Ed Nijpels laat verkondigen over de voor- en nadelen van windparken voor omwonenenden op de website van de SER. Zo’n klacht indienen is het wettelijk recht van elke burger, maar, nee, bij ons wordt die klacht direct gebruikt voor stemmingmakerij met de suggestie dat we dwarsliggers zijn en dat we eigenlijk tegen windenergie zijn. En dat niet alleen in tweets uit de windsector zelf, maar zelfs in een tweet van een Haagse ambtenaar.

Ik ga hier dus niet nog een keer herhalen dat wij ons neerleggen bij die 6.000 MW in 2020 en dat wij ons, gegeven die doelstelling, richten op het opkomen voor de belangen van omwonenden. En, nee, ik ga ook niet herhalen dat ik in 2014 namens de NLVOW maandenlang intensief heb samengewerkt met de Friese windsector en natuur- en milieuorganisaties om een integraal plan te maken voor windenergie in Friesland en dat Rob Rietveld, directeur NLVOW, elke week door het ganse land trekt om bruggen te bouwen tussen omwonenden en projectontwikkelaars. Activiteiten die ons door de tegenstanders van windenergie lang niet altijd in dank worden afgenomen. Nee, dat allemaal herhalen heeft kennelijk geen zin want de windsector en sommige burelen in Den Haag blijven ons liever framen als tegenstander. Alsof vragen om “eerlijke informatie en bestuurlijk fatsoen” zoals ik doe in de ondertitel van mijn boekje een oorlogsverklaring is. Het motto is kennelijk: wie niet voor ons is, is tegen ons!

Interessanter dan nog maar weer eens herhalen waarvoor we staan en wat we doen – want dat helpt toch niet – is de vraag waarom de windsector (en sommige Haagse burelen) zo in de kramp schieten als iemand kritiek of twijfels uit over windenergie. Mijn verklaring is dat de windsector kennelijk denkt dat ze met zo iets bijzonders bezig is dat ze verheven is boven de elders gangbare principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Windenergie moet immers het klimaat helpen redden en voorkomen dat het zeewater over de duinen en dijken gaat klotsen en omdat alleen het bedrijfsleven er voor kan zorgen dat die windenergie er komt – althans volgens de nu in Den Haag heersende neo-liberale leer – is de windsector bezig met een heilige missie. Daarop kritiek hebben is ongepast, moreel verwerpelijk en in elk geval nimby-gedrag. En dus is de NLVOW een tegenstander. Terwijl wij in feite van de windsector niets anders vragen dan wat in andere sectoren van het bedrijfsleven volstrekt geaccepteerd is: dat een onderneming zich te houden heeft aan de zeven MVO principes, te weten: (1) accountability; (2) transparantie; (3) ethisch gedrag; (4) respect voor belangen van stakeholders; (5) respect voor de wet; (6) respect voor internationale gedragsnormen; en (7) respect voor mensenrechten.

Nee, ik ga die principes hier nu niet nader toelichten anders dan op te merken dat er tal van gespecialiseerde bureaus zijn die een organisatie graag doorlichten op de vraag of hij voldoet aan de MVO principes. Is het een idee dat bedrijven als ENECO, RWE en Essent hun windenergie-activiteiten eens op die manier laten beoordelen? Of dat, in het kader van de thans lopende evaluatie, de NWEA de eigen gedragscode eens laat toetsen op MVA conformiteit?

Maar, zo zult u vragen, gedraagt die windsector zich dan niet conform de MVO principes? Nader onderzoek zal dat moeten uitwijzen, maar laat ik al vast een paar “aandachtspunten” noemen.

  • Alleen maar selectief met andere stakeholders willen praten. Dus wel met natuur- en milieuorganisaties (want die zijn helemaal voor windenergie), maar niet met organisaties die niet onvoorwaardelijk voor zijn – zoals de NLVOW. Maar hoe je het ook wendt of keert, omwonenden zijn stakeholders en dus moeten hun belangen gerespecteerd worden (MVO principe 4). En alleen maar praten met zelf geselecteerde omwonenden – zoals de NWEA gedragscode toestaat in die fameuze “participatieplannen” – telt ook niet.
  • Ontkennen dat omwonenden problemen hebben. We kunnen er uiteraard een hele boom over opzetten, maar roepen dat er niets aan de hand is met de Nederlandse geluidsnormen terwijl die aantoonbaar de slechtste van Europa zijn, blijven ontkennen dat geluidshinder en slagschaduw gezondheidsproblemen kunnen oproepen, blijven beweren dat het met de waardedaling van huizen wel meevalt terwijl huizen onverkoopbaar worden zodra er een plan is voor een windpark: dat systematisch ontkennen dat omwonenden problemen hebben, lijkt vragen op te roepen onder MVO principes 3, 4 en 7.
  • Doorgaan met het verschaffen van eenzijdige informatie. Niet alleen door of uit naam van de overheid – zie de klacht van de NLVOW bij de Nationale Ombudsman – maar ook door de windsector worden de voordelen van windenergie systematisch opgeblazen en de nadelen al even systematsich afgezwakt. De overheid is als eens op de vingers getikt door de Nationale Ombudsman en wellicht gebeurt dan nog een keer, maar als het om de MVO principes voor het bedrijfsleven gaat, lijkt de praktijk van eenzijdig informeren vragen op te roepen onder de principes 1, 2, 3 en 7.
  • Omwonenden confronteren met voldongen feiten. Als projectontwikkelaars contact zoeken met omwonenden dan is dat meestal op een moment dat de plannen al tot in detail zijn uitgewerkt. Omwonenden zien zich geconfronteerd met een lawine van voor hen vaak onbegrijpelijke informatie waar ze geen weerwoord op hebben En zeker niet als er dan ook nog sprake is van tijdsdruk. Respect voor de MVO principes 1, 2 en 4 lijkt te impliceren dat projectontwikkelaars omwonenden niet ineens moeten confronteren met zoveel informatie dat er sprake is van een voldongen feit waar omwonenden toch niets meer aan kunnen doen.

Er zijn vaste en zeker meer aandachtspunten te bedenken, maar het voorafgaande volstaat voor de conclusie dat er prima facie alle reden is om eens goed te kijken of de windsector zich wel gedraagt conform de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen. In elk geval mag ook van de windsector worden verwacht dat zij de belangen van andere stakeholders respecteert, waaronder die van omwonenden. En dan mag – als eerste stap – ook van die sector worden verwacht dat een organisatie als de NLVOW die in redelijkheid wil opkomen voor de belangen van omwonenden niet langer en in strijd met woord en daad wordt geframed als tegenstander van windenergie – en dus als een club waarmee niet gepraat kan en behoeft te worden.

Of zullen we maar ophouden met die redelijkheid en ons voortaan op het standpunt stellen dat er geen windturbine op land bij mag komen tenzij dat gebeurt geheel en al conform de zeven MVO principes? Met de NLVOW gedragscode als concretisering daarvan!

Deel deze informatie!Tweet about this on Twitter0Email this to someoneShare on Google+0