Plan van aanpak

KLACHT TEGEN DE NEDERLANDSE STAAT ONDER HET VERDRAG VAN AARHUS

 I.         INLEIDING

De NLVOW is al enige tijd bezig met het voorbereiden van een klacht tegen de Staat der Nederlanden bij het “Compliance Committee” van de United Nations  Economic Commission for Europe in Genève. Dat Committee – zeg maar: een Commissie van Toezicht – ziet toe op de naleving van het Verdrag van Aarhus van 1998 dat aan de burgers van de aangesloten landen specifieke rechten geeft op een drietal  gebieden: (1) toegang tot milieu-informatie; (2) toegang tot besluitvorming in milieu-aangelegenheden; en (3) toegang tot de rechter bij geschillen over bepaalde milieu-zaken.  Windenergie en de besluitvorming daarover – of het nu gaat om algemeen beleid of om concrete projecten – valt onder de werking van het Verdrag.*

De NLVOW heeft nu besloten om metterdaad over te gaan tot het indienen van een klacht en wel op grond van twee overwegingen. Ten eerste, uit verkennend onderzoek door een klein team van juristen onder leiding van de NLVOW voorzitter,  prof. dr. A.W. Koers, blijkt dat zo’n klacht een goede kans van slagen heeft. Ten tweede – en dit was de trigger om nu door te zetten -  recentelijk heeft minister Kamp  een verzoek van de NLVOW om omwonenden te betrekken bij de besluitvorming over windenergie categorisch afgewezen. De windsector dus wel op allerlei manieren aan tafel met overheden – direct betrokken burgers niet!  Den Haag vindt dat kennelijk normaal – de NLVOW niet!

Eén ding moet vanaf het begin duidelijk zijn:  een klacht bij het Compliance Committee levert geen juridisch bindende uitspraak op. Het Compliance Committee is dus geen rechter. Echter, een voor de Staat negatieve uitspraak voor een internationaal tribunaal heeft wel degelijk politieke gevolgen, nationaal en internationaal, zeker als het Compliance Committee uitspreekt dat grote beleidsnota’s – zoals het Energieakkoord voor Duurzame Groei van september 2013 – tot stand zijn gekomen op een manier die in strijd is met de internationale verplichtingen van Nederland. Een dergelijke uitspraak zal ook gewicht in de schaal leggen in procedures voor de Nederlandse en Europese rechter. En – voor de NLVOW het meest belangrijk – zal voor de Staat reden moeten zijn om het voortaan anders te doen door wèl de internationaal beschermde rechten van Nederlandse burgers te respecteren.

Doel van deze notitie is niet om nader in te gaan op de inhoudelijke aspecten van de klacht. Er zijn wel  drie andere doelen:

  • Ten eerste, met deze notitie  wil de NLVOW aangeven hoe het proces om de klacht op te stellen georganiseerd gaat worden: wie gaat wat wanneer doen? 
  • Ten tweede, doel is ook om het team dat aan de klacht gaat werken te versterken en om aan de leden van dat team een gemeenschappelijk kader mee te geven.
  • Ten derde, vrijwilligers zijn onmisbaar, maar het traject zal begeleid moeten worden door ervaren advocaten. En dus moeten er geld bijeen worden gebracht.
II.        STUURGROEP

Het opstellen, indienen en verdedigen van een klacht bij het Compliance Committee vraagt heel wat organisatie en stuurmanskunst. Vele partijen moeten worden geactiveerd en op de rails worden gehouden. En dat allemaal in een vrij korte periode. 

Daarnaast moet er aan fondswerving worden gedaan en moet er een effectieve media-strategie worden ontwikkeld en uitgevoerd.  Het belang van dit laatste mag niet worden onderschat, juist omdat de uitkomst van het hele proces eerder politiek van aard is, dan juridisch.

Daarom heeft de NLVOW een Stuurgroep ingesteld bestaande uit Albert Koers en Maurice Bakker (NLVOW bestuur), Jan Veltman (advocaat) en Jacqueline Engbers (communicatie deskundige).

III.      ACTIVITEITEN

Doel is om in oktober 2014 een goed onderbouwde klacht in te dienen bij het Compliance Committee. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de klacht niet gebaseerd is op incidenten, maar dat het gaat om structurele gebreken. 

Om dat doel te bereiken gaat er gewerkt worden in drie stappen:

A.        Inventariseren: verzamelen van feitelijke informatie en andere casuïstiek.

B.        Toetsen: die zo verzamelde informatie beoordelen op juridische relevantie.

C.        Integreren: relevante informatie en uitkomsten toetsing samenbrengen in één verzoekschrift.

A.        Inventariseren (mei t/m juli)

Het Verdrag van Aarhus kent drie pijlers en voor elk van die pijlers zal er een set feitelijke informatie verzameld moeten worden. Dit leidt tot de volgende werkzaamheden.

Pijler 1: Toegang tot milieu-informatie

Niet alles kan worden onderzocht en dus wordt voorgesteld  de aandacht vooral te richten op de volgende drie aspecten.

A.1      Doorzoeken van alle relevante websites van overheden – vooral van het Rijk – op eenzijdige of onvolledige informatie. Dit mede op basis van een eerdere klacht bij de Nationale Ombudsman. Af te ronden: eind juni

 A.2     Feitelijk in kaart brengen van de jarenlange weigering van de Rijksoverheid om een brede discussie aan te gaan over nut en noodzaak van windenergie. Af te ronden: eind juni.

A.3      Identificeren van gebreken in de informatievoorziening bij concrete beleidsvoorstellen van Rijk, provincies en gemeenten, dan wel bij besluitvorming over concrete projecten. Af te ronden: eind juni.

Pijler 2: Toegang tot besluitvorming

De beste (en meest werkbare) tactiek is de energie te concentreren op een viertal beleidsdocumenten en -beslissingen die bepalend zijn voor het huidige beleid. Doel is aan te tonen dat burgers daar niet bij betrokken werden, dan wel geen invloed hadden.

A.4      Feitelijk in kaart brengen van de gang van zaken bij het tot stand komen van het Nationaal Ruimtelijk Perspectief van 2010, een belangrijke beleidsnota. Af te ronden: eind juli.

A.5      Feitelijk in kaart brengen van de gang van zaken bij het tot stand komen van het Nationaal Actieplan van 2010, nog steeds de basis van 6000 MW op land. Af te ronden: eind juli.

A.6      Feitelijk in kaart brengen van de gang van zaken bij het tot stand komen van het BARIM in 2010 met nieuwe en voor omwonenden fatale geluidsnormen in. Af te ronden: eind juli.

A.7      Feitelijk in kaart brengen van de gang van zaken bij het tot stand komen van het Energieakkoord voor Duurzame Groei van 2013 en bij de uitwerking daarvan. Af te ronden: eind juli.

A.8      Feitelijk in kaart brengen van de gang van zaken bij het tot stand komen van de Structuurvisie Windenergie op Land van 2014. Af te ronden: eind juli.

Pijler 3: Toegang tot de rechter

Een juridisch/technisch lastig onderdeel omdat aangetoond moet worden dat er sprake kan zijn van formele toegang tot de rechter, maar dat materieel de kans op succes van burgers (vrijwel) nihil is.

A.9      Analyseren van bestaande jurisprudentie – vooral van de Raad van State – aan de hand van de vraag of en op welke gronden de rechter een klacht van burgers heeft gehonoreerd. Af te ronden: eind juli.

B.        Toetsen (juni t/m augustus)

Zodra de (beknopte) rapportages met de uitkomsten van de hierboven vermelde inventarisaties gereed zijn, worden ze voorgelegd aan een team van enkele studenten van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam die ze dan toetsen aan eerdere uitspraken van het Compliance Committee op basis van de Aarhus “implementation guide” van het secretariaat van het Committee.

B.1      De opdracht van het team is om voor elk van de overgelegde rapportages na te gaan of het Compliance Committee zich al eerder heeft uitgelaten over de feiten die in een rapportage aan de orde worden gestel en, zo ja, wat die uitspraak inhield en wat dit betekent voor de kansrijkheid van een mede op die feiten gebaseerde klacht.

Het gaat dus om een objectieve analyse en een objectief advies want dat is het doel van deze stap: het kaf van het koren scheiden.

Met deze stap kan begonnen worden zodra de eerste feiten-rapportages binnen zijn. Afronding per eind augustus.

C.        Integreren (september)

De laatste stap is dat één of twee ervaren advocaten het stokje overnemen en het in stap 1 verzamelde en in stap 2 getoetste materiaal samenbrengen in één verzoekschrift. Daarbij wordt gedacht aan Jan Veltman, advocaat te Amersfoort,  en Jan Marcel van de Riet, advocaat te Utrecht.

Er moeten nog afspraken gemaakt worden over de precieze rolverdeling, maar uitgangspunt is dat Jan Veltman de leiding heeft en dat Jan Marcel van de Riet vooral wordt ingezet om kritiek te leveren, mede vanwege zijn kennis en ervaring met procedures tegen windenergie voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

C.1      Het concipiëren van het verzoekschrift kan beginnen per eind  augustus en moet afgerond  zijn per eind september.

 

IV.       WERKVERDELING

Uit het voorafgaande valt af te leiden dat er vooral behoefte is aan vrijwilligers tijdens de eerste stap: het verzamelen van feitelijke informatie.

  • Activiteit A.1 kan worden uitgevoerd door één of twee vrijwilligers met een brede kennis van de materie. Wellicht ook wil de heer Matthijssen die een klacht indiende bij de Nationale Ombudsman (en daar gelijk kreeg) nog een keer meedoen.
  • Activiteit A.2  zou belegd moeten worden bij enkele mensen met een lange ervaring en herinnering met betrekking tot de talrijke pogingen in het verleden om tot een nut en noodzaak discussie te komen. 
  • Activiteit A.3 lijkt vooral een zaak van al langer bestaande actiegroepen. Het lijkt verstandig om met een vast format te werken, ook om (nogmaals) aan te geven dat het alleen moet gaan om de feiten en niet over interpretaties en duidingen.

De overige werkzaamheden (A.4 t/m A.9 en B.1 en C.1) worden uitgevoerd door de leden van de stuurgroep zelf. Met het oog daarop zijn reeds een aantal WOB-verzoeken ingediend: aldus doet de overheid zelf een groot deel van het uitzoekwerk.

V.        CROWD FUNDING

Uiteraard ontvangen het NLVOW bestuur en andere vrijwilligers geen honorarium of vergoeding. Dat te vragen van de aan te trekken advocaten is niet fair en realistisch. Feit is dat beiden er al de nodige eigen tijd in hebben gestoken en ook dat beiden bereid zijn mee te werken tegen een beperkt en lager dan normaal tarief.  Meer mag en kan van hen niet worden gevraagd.

Naast de honoraria van de advocaten, lijkt het ook fair met de Erasmus Universiteit een regeling te treffen voor enigerlei vorm van vergoeding voor het team van studenten dat de feiten-rapportages gaat toetsen, zeker als sommigen van hen ook in de zomermaanden – de traditionele bijverdientijd van studenten – moeten doorwerken.

En dan zijn er tenslotte ook nog de kosten van vertaalwerk. De klacht zal in het Engels ingediend moeten worden, vele betrokkenen zijn in staat in het Engels te concipiëren, maar die concepten zullen moeten worden bijgeschaafd, terwijl zeker ook een aantal feiten-rapportages vertaald zullen moeten worden.

Een exacte schatting van de kosten is op dit moment niet goed te geven, maar een ruwe raming levert al snel een bedrag op van 30.000 tot 40.000 euro op. Anonieme donoren zijn reeds bereid daarvan 11.000 euro voor hun rekening te nemen. Het restant – 20.000 tot 30.000 euro – moet dus uit andere bron komen. 

Daarom zal de NLVOW binnen de kring van actiegroepen een crowd funding initiatief organiseren om het resterende bedrag bijeen te brengen. Gedacht wordt aan het verkopen van “participaties” in de procedure: in ruil voor een bijdrage van minimaal 100 euro wordt de naam van de donor toegevoegd aan de lijst van personen die de klacht hebben ingediend bij het Compliance Committee in Genéve.

Directe giften zijn uiteraard ook welkom waarbij van belang is dat de NLVOW de ANBI-status heeft aangevraagd opdat giften aan de NLVOW aftrekbaar zijn.

Albert Koers
6 mei 2014

 

 

 



* Voor de tekst van het Verdrag zie:  http://wetten.overheid.nl/BWBV0001700/geldigheidsdatum_30-01-2014

 

Deel deze informatie!Tweet about this on Twitter0Email this to someoneShare on Google+0