Wie de bal kaatst kan hem terug verwachten!

Opinie & Debat nr. 55  Maandag 19 juni 2017 Geschreven door Jurgen Gilsing (PDF) 20170619 O&D 55 – Wie de bal kaatst kan hem terug verwachten (1)

Lid zijn van de NLVOW heeft als voordeel dat je kennis en ervaring kunt delen. Je neemt informatie op van de bestuursleden, die het hele land doorkruisen om belangengroepen bij te staan, maar tegelijkertijd nemen zij informatie van deze belangengroepen tot zich. Zo deelde ik het bestuur mede dat ik als voorzitter van de stichting TegenWind(molens) Netterden en omstreken, verder te noemen ‘Stichting’, beroep heb ingesteld tegen een besluit van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De NLVOW vroeg mij hierover een blog te schrijven want de casus laat pijnlijk zien hoe het is gesteld met de belangen van omwonenden van ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland in het algemeen en windturbineparken in het bijzonder.

Laat ik beginnen door een aantal feiten te benoemen. De Stichting komt op voor de belangen van omwonenden in Netterden en het buitengebied van Gendringen. Beide dorpen liggen in Gelderland op circa 5 kilometer van de grens met Duitsland. Nu is het een bekend verschijnsel dat windturbineparken, of beter gezegd ‘ruimtelijke ontwikkelingen zonder draagvlak’, aan de rand van het grondgebied worden gepland. In deze casus is dat niet anders. Dat betekent voor Netterden concreet dat het bedreigd wordt met insluiting door 3 windparken met in totaal 21 windturbines. Twee windparken staan in productie maar tegen het derde windpark, negen turbines met tiphoogte 195 meter, komt de Stichting inmiddels 6 jaar in verzet.

Nederland staat in brand als het gaat om de aanleg van windturbineparken. Niet vreemd als je weet hoe de bijbehorende wetgeving in elkaar steekt en de belangen van omwonenden ernstig worden geschaad. Iedere belangengroep weet inmiddels dat het een moeilijke, zo niet onmogelijke, zaak is om je gelijk te krijgen bij de rechtbank of Raad van State. Hoe mooi de woorden van politiek Den Haag ook zijn over burgerparticipatie, draagvlak en andere van dit soort begrippen, je staat voordat de (juridische) strijd begint met 3:0 achter. Probeer dan maar eens te winnen met 3:4!

De Stichting is het in mei 2013 en november 2016 echter gelukt om het bestemmingsplan respectievelijk de omgevingsvergunning van tafel te krijgen. Wat is dan het probleem zult u denken! Wel, u en ik weten dat zonder subsidie het bouwen van windturbines niet interessant is. Anders gezegd, een windturbinepark is in financiële zin niet haalbaar en zal zonder subsidie niet worden gebouwd. Het is reeds vaker gezegd maar desalniettemin herhaal ik het nog maar een keer. Premier Rutte heeft het in zijn vorige verkiezingsstrijd reeds gemeld “Windmolens draaien niet op wind maar op subsidie.” Hij noemde het

gekscherend “De malle molens”. De politiek, de overkoepelende organisatie van windturbine-exploitanten (NWEA) en diens leden houden echter halsstarrig vol dat windturbines toch echt niet op subsidie draaien. Hoe kun je dit het beste weerleggen dan met feiten? Het windpark waar de Stichting tegen strijdt kost volgens de initiatiefnemers € 40 miljoen. De subsidiebeschikking die de RVO hen heeft toebedeeld bedraagt € 68.488.500. Natuurlijk, het betreft een beschikking die bijgesteld wordt zodra het windpark op het punt staat te produceren. Natuurlijk, dit bedrag zal gecorrigeerd worden voor en door kleine wijzigingen. Maar feit is dat dit een exorbitante beloning is waarvoor ik geen equivalent zal vinden als het een normale bedrijfsfinanciering betreft.

Deze subsidiebeschikking zou door het vernietigen van het bestemmingplan en de omgevingsvergunning, los van het feit dat de subsidie in 2014 is verleend en er niet binnen 1 jaar is gebouwd en los van het feit dat de RVO dit ten onrechte heeft gedoogd, moeten worden ingetrokken. Als de besluiten zijn vernietigd waar de subsidiebeschikking op is gebaseerd, dan dient laatstgenoemde te worden ingetrokken. De RVO weigert de subsidiebeschikking echter in te trekken. Sterker nog, de RVO weigert het verzoek van de Stichting tot intrekken van de subsidiebeschikking in behandeling te nemen. De RVO stelt namelijk dat de Stichting niet ontvankelijk is, ook al is diezelfde Stichting wel ontvankelijk verklaard door de Raad van State en de rechtbank inzake het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Gevolg: de Stichting moet een rechtszaak aanspannen tegen de RVO om diens verklaring van niet ontvankelijkheid te laten vernietigen. Pas daarna is de RVO aan zet om inhoudelijk op het verzoek tot intrekken van de subsidiebeschikking te beslissen. De RVO zal dan naar verwachting het verzoek tot intrekken afwijzen, hoezeer de Stichting ook in het gelijk staat, waardoor de Stichting ook daartegen weer in beroep moet gaan.

Uiteraard, bij rechtszaken gaat het om de wetgeving en de punten en komma’s. Maar bovenstaande casus laat zien dat het de overheid, waarbij ik hardop durf te zeggen specifiek inzake windturbineparken, alles maar dan ook echt alles aan gelegen is om burgers buiten spel te zetten. Is het dan zo vreemd dat inzake windturbineparken het hele land in brand staat? Is het dan zo vreemd dat er bij ieder nieuw plan verzet komt en belangengroepen ontstaan? Dacht het niet! Wie de bal kaatst kan hem terug verwachten.

Jurgen Gilsing Voorzitter TegenWind(molens) Netterden e.o.

Deel deze informatie!Tweet about this on Twitter0Email this to someoneShare on Google+0