Overslaan en naar de inhoud gaan

“Provincies hebben er geen zin meer in”

Inhoudsbeheer11

“Provincies hebben er geen zin meer in”

 

Blog 32 * 31 mei 2015 - door Wouter Vogelesang

 

Windenergie in de nieuwe coalitieakkoorden

Op Zeeland na staan er nu in alle provincies nieuwe coalities aan het roer. En dus zijn er ook nieuwe coalitieakkoorden. Onderstaande tabel vat samen wat er in die akkoorden wordt gezegd over windenergie – en wat er niet wordt gezegd. Wat dat laatste betreft: als er bij een bepaald onderwerp geen kruisje staat, wil dat niet zeggen dat een provincie het er niet mee eens is of het niet zal doen. Het zegt alleen dat het coalitieakkoord  er niets over zegt. Wat soms veelzeggend is.

provincies
Beleid van de coalities in de provincies t.a.v. windenergie

Een paar dingen vallen op.
•    Geen enkel coalitieakkoord straalt enthousiasme uit over de bijdrage van windenergie aan de klimaatdoelstellingen. Sterker: geen enkel akkoord laat zich in positieve zin uit over de bijdrage van windenergie aan duurzaamheid. Friesland typeert windenergie als een tijdelijk verschijnsel op weg naar meer duurzaamheid, maar dan in een context die ronduit negatief is. Het zou aardig zijn om die toonzetting te vergelijken met die van de coalitieakkoorden uit 2011.
•    Die terughoudendheid zet zich door in de houding ten opzichte van het Rijksbeleid. De toon is: “Ja, we gaan ons houden aan de IPO-afspraken, maar meer dan dat gaan we niet doen”. Plus dat we nog wel wat kanttekeningen hebben bij de opzet van de RCR-projecten, zoals de locatiekeuze. Groningen werpt zelfs de vraag op of het niet aan de opgave kan voldoen met andere soorten van duurzame energie, zoals aardwarmte en  zonne-energie.
•    Een aantal provincies spreken nu al uit dat er na de IPO-afspraken wat hen betreft geen ruimte is voor nog meer windenergie op land. Groningen en Noord-Holland wijzen op de economische voordelen voor deze provincies van wind op zee, maar andere provincies zijn even kort als duidelijk: als het aan hen ligt, niet meer windenergie op land. Friesland is daarbij het meest uitgesproken, bijna vijandig.
•    In de meeste coalitieakkoorden worden vrome (maar weinig concrete) dingen gezegd over draagvlak, participatie en (soms) compensatie. Opvallend is dat relatief veel provincies kiezen voor het bevorderen van lokale energiecoöperaties. Friesland valt weer op: het wil deelnemen in een windpark in het IJsselmeer (waar het eigenlijk op tegen is) om met de opbrengsten daarvan de toeristisch-recreatieve sector langs de IJsselmeerkust te compenseren.
•    Als het om ruimtelijke ordening gaat, willen veel provincies het aantal windturbines verminderen door toe te staan dat een x aantal kleinere turbines worden ingeruild voor een kleiner aantal grotere turbines. Flevoland en Noord-Holland hebben daarbij de meest concrete plannen. Friesland is even concreet, maar dan de andere kant op: opschalen en saneren zijn niet aan de orde want dat leidt tot nieuwe turbines op land.

Bij dit alles moet wel worden bedacht dat – ondanks de soms ferme taal -  provincies slechts beschikken over beperkte middelen en bevoegdheden. Bij windparken boven 100 MW maakt het Rijk de dienst uit. Anderzijds is de hindermacht van provincies aanzienlijk en als het Rijk daar bij voortduring tegenop loopt, dan is vertraging in het realiseren van de afgesproken 6000 MW opgesteld vermogen in 2020 waarschijnlijk, om niet te zeggen onvermijdelijk.

De provincies hebben kennelijk de afgelopen jaren ervaren dat windenergie geen onderwerp is waar ze zich populair mee maken – integendeel. En dit vertaalt zich in de coalitieakkoorden met een manifest gebrek aan enthousiasme voor windenergie en met een veelheid van mitsen en maren. Het Rijk zou nog wel eens een harde dobber kunnen hebben aan de provincies als het straks aanklopt voor nog meer windenergie op land om de 2023 doelstelling van 16% duurzame energie te halen.
 

Categorie

Laatste berichten