Overslaan en naar de inhoud gaan

Doneer

Wij zijn toegewijd aan een eerlijke energietranistie.  Daarom voert NLVOW met anderen Europa  wij bij het Europese Hof voor u en onze leden een aantal rechtszaken. Zie NLVOW in Europa | NLVOW en www.windeu.org . Deze rechtzaken kosten veel meer dan wij met tientjesleden kunnen dekken. We hebben dringend de steun nodig van onze gemeenschap. Een crowd-funding dus, wij zijn afhankelijk van kleinere en van grote bijdragen !
Uw bijdrage is erg nodig en wordt zeer gewaardeerd. Dank u voor uw steun!

De verkeerde benadering van het RIVM

door Inhoudsbeheer13

Leo schreef een kritische beschouwing over het RIVM-rapport 2025-0074. Deze laat de al lange tijd bestaande, maar fundamenteel verkeerde benadering van het RIVM zien.

Het gaat om:

Inventarisatie van meldingen, meetmethoden en effecten van laagfrequent geluid (LFG) in Nederland  R. van Poll et al., publicatiedatum 22-09-2025

Beschouwing door ir. Leo van der Stelt vanuit het perspectief van de ontwikkelingen rondom de geluidseffecten door windturbines.                                          

Opgesteld op 3 juli 2026

 

Inleiding

Gezien de huidige vergaande controverse rondom de mogelijke effecten van het geluid van de windturbines is het juist nu belangrijk om het bovengenoemd rapport onder de loep te nemen. 

Bekend is dat de laatste jaren veel mensen bijna altijd tevergeefs klagen over geluidsoverlast in relatie tot windturbines. Zij worden voortdurend ontmoedigd vanwege de enorme tekorten in de regelgeving op dit geluidsgebied met als kenmerkende reactie  “het is goed voor onze wereld en er is toch niets aan te doen”. Maar daarbij bestaan er voortdurend ernstige misvattingen, zoals ook dit rapport op pijnlijke wijze duidelijk maakt. Je moet daar dan wel oog voor hebben.

Vandaar deze beschouwing.

Uit het rapport en uit de vraagstelling voor dat rapport, vanuit het ministerie, is al duidelijk dat laagfrequent geluid (LFG) als omgevingslawaai een groot probleem is in Nederland. 

De 

  • behandeling van de meldingen door mensen die ernstige effecten ervaren,
  • de gebleken beperkingen van de mogelijke en in de praktijk gehanteerde meetmethoden
  • en het schrikbarend ontbreken van actuele kennis 

geven een hele keten als reden voor grote maatschappelijke zorg. 

Bovendien worden met name de geluidseffecten van windturbines op de omwonenden niet eens zorgvuldig benaderd. 

Opmerkelijk is hierbij dat in het rapport nadrukkelijk verwezen wordt naar de jaarlijkse onderzoeken en rapportages voor hinder en slaapverstoring via het Onderzoek Beleving Woonomgeving (OBW) van dezelfde hoofdauteur. Daaruit blijkt al duidelijk dat juist de effecten van het geluid van windturbines extra aandacht verdienen. Hierover verderop in dit stuk meer.  

Opvallend is dat in het rapport melding gemaakt is van een review op basis van een inventarisatie van, volgens eigen zeggen, literatuur over de effecten van LFG (inclusief infrageluid) op de gezondheid.

Het is heel uitzonderlijk dat hier wel staat inclusief infrageluid. Maar het is de enige context waarin infrageluid benoemd wordt als mogelijk belangrijk of interessant thema.

Er blijkt vooral uit het rapport dat de opmerkingen           

noch recht doen aan het besef van de aanwezigheid van infrageluid van windturbines,      

noch recht doen aan de aandacht die eraan gegeven zou moeten worden. 

Daarom leg ik hierna eerst kort uit wat er met geluid van windturbines aan de hand is vanuit het totale perspectief. Voor meer achtergrondinformatie verwijs ik in de eerste plaats naar mijn publicaties via de NLVOW.

Kenmerken van het geluid van windturbines

Het rapport dat aanleiding heeft gegeven tot dit document is minder dan een jaar oud en heeft daarmee grote actualiteitswaarde! Dat kan echter niet gezegd worden van de weergave van het RIVM over de stand van de kennis aangaande het geluid van windturbines. Het laatste RIVM-rapport dat over het geluid van windturbines gaat, de factsheet, geeft slechts de inzichten van het RIVM tot medio 2020 weer. Het bijhouden van belangrijke literatuur gebeurt nu alleen door de artsen van Windwiki.

Sinds de procedure voor nieuwe milieunormen, die door de Raad van State uitspraak van juni 2021 noodzakelijk is geworden, is er niets meer door het RIVM gepubliceerd en is er sprake van grote stilte. Dit betekent dat het RIVM nog steeds onterecht als feit zegt dat het laagfrequent geluid en het infrageluid van windturbines vergelijkbaar is met dat van verkeerslawaai.

Dit staat lijnrecht tegenover het ook door het RIVM erkende feit dat er bij windturbines sprake is van amplitudemodulatie (AM) en vriend en vijand het erover eens zijn dat het geluid daardoor veel meer effect heeft op mensen dan al het andere geluid. AM is kortweg het ritmisch en in regelmaat veranderen van de amplitudes van de geluidstrillingen door windturbines. Het ritme wordt bepaald door de wiek passage frequentie ofwel de amplitude modulatie frequentie. Deze ligt in de orde van grootte van 1 Hz. Dit is het frequentiegebied diep in het gebied van het infrageluid. Bij verkeerslawaai en ander onnatuurlijk omgevingslawaai is er geen AM van een vergelijkbaar niveau. De onhoorbare geluidstrillingen van windturbines zijn wel het meest energierijk en bij voldoende sterkte wel waarneembaar. 

Ik wil nu eerst vervolgen met deze via AI gemaakte impressie:

Die sterkte van het geluid wordt gemeten in dB (deciBel) en die ligt gewoonlijk ver boven dat van het niveau van het hoorbare geluid, in dB(A), en ook van dat van het laagfrequente geluid, meestal in dB(A) of anders in dB(C). 

Daarnaast is de variërende snelheid van de wieken en de daarmee variërende frequentie van de onhoorbare infrageluid-grondtoon de basis voor resonanties, in slaapkamers bijvoorbeeld, in het hogere gedeelte van het spectrum. Hiermee kan er makkelijk zo nu en dan LFG ontstaan als gevolg van het infrageluid.

Vervolgens moet vermeld worden dat er bij windturbines steeds meer LFG-geluid ontstaat als gevolg van verschillen in windsnelheden die de wieken treffen. Dat effect neemt toe naarmate de turbines steeds hoger worden en de wieken steeds groter worden. Toch werd er eerder al en nu nog steeds niet daadwerkelijk gemeten; niet apart en ook niet in combinatie met de rest van het geluid. Alles bij elkaar meten, dus meten over het hele spectrum, in dB, zou pas een vollediger beeld geven. In de huidige praktijk van het RIVM en van de Nederlandse overheidsinstanties wordt echter vrijwel alleen gemeten met het A-filter dus in dB(A). 

Daarmee wordt laagfrequent geluid grotendeels en infrageluid zelfs helemaal weggefilterd.

Het weglaten van de A in dB(A) is natuurkundig en dus fundamenteel onjuist!

Dat het vaak en ook bij het RIVM wel gebeurt komt door het door hen gehanteerde onterechte uitgangspunt dat infrageluid niet waarneembaar is:

Het adagium dat infrageluid gewoonweg niet waarneembaar is en daarom niet gemeten hoeft te worden is bij windturbines fundamenteel onjuist! 

Het heeft geleid tot diepgewortelde misvattingen met ernstige gevolgen.

Uit de factsheet van het RIVM blijkt al duidelijk dat er helemaal geen aandacht is voor geluidsfrequenties onder de 3 Hz en ook nog eens dat zij slordig omgaat met de eigen en algemeen geldende definitie voor het onderscheid tussen infrageluid en laagfrequent geluid. Bij infrageluid gaat het om frequenties onder de 20 Hz en bij laagfrequent geluid om frequenties tussen 20 Hz en 125 Hz.

Het is na moeizaam en nog onvolledig Nederlands onderzoek al wel bekend dat ook bij het geluid van windturbines er regelmatig sprake is van ernstige hinder en slapeloosheid vanwege laagfrequent geluid, zie bijvoorbeeld EenVandaag.nl, over de resultaten van een uitgebreider onderzoek en het RIVM-OBW rapport over 2023.*

Nu over het hier beschouwde RIVM-rapport (2025-0074)

Uit de samenvattende uitspraken

In de publiekssamenvatting van het beschouwde rapport wordt alleen melding gemaakt van de focus op het laagfrequent geluid, zonder dat er over de definitie van het laagfrequent geluid gesproken wordt. Dit laat dus al zien dat infrageluid in feite geen rol speelt in het rapport. De meeste mensen hebben, begrijpelijk, niet in de gaten dat er nog een groot onderscheid is tussen infrageluid en laagfrequent geluid en dat wordt dus in deze publiekssamenvatting ook niet opgehelderd. 

Juist door onduidelijkheid in de begrippen hebben de meeste mensen een verkeerd beeld. Voor veel vormen van omgevingslawaai is dat niet zo erg, maar voor windturbines juist wel. Windturbines zijn immers verreweg de grootste onnatuurlijke veroorzakers van infrageluid op deze wereld. Bekend is ook dat de laatste jaren veel mensen tevergeefs klagen over geluidsoverlast in relatie tot windturbines. De eigen samenvatting van het RIVM-rapport begint wel met de juiste definitie van laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid. Daarnaast is er de belangrijke constatering dat er geen standaard meetmethode is voor LFG en daarbij de volgende uitspraak gedaan wordt: 

De meeste Omgevingsdiensten gebruiken de richtlijnen van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) of de zogeheten Vercammen-curve, of allebei. Deze geven een indicatie of de gemelde LFG hoorbaar, aanvaardbaar of hinderlijk is. Er is ook nog geen werkwijze om de metingen te analyseren en erover te communiceren.” 

Kortom, er is slechts een indicatie van de problematiek, maar zeker nog geen werkwijze, niet voor LFG en al helemaal niet voor infrageluid of voor het totale geluid, ofwel over het meten van het hele geluidsspectrum! De richtlijn van het NSG en de Vercammencurve zijn in het geheel niet gevalideerd voor het lawaai van windturbines. Het RIVM geeft in het rapport hun advies dat de Omgevingsdiensten één meetmethode ontwikkelen waarin al de aangegeven ‘ingrediënten’ zitten. Ze zeggen: 

“De beschikbare gegevens en de door omgevingsdiensten gebruikte methodieken zijn niet toereikend om een best practice-meetprotocol op te stellen. Er liggen wél bouwstenen voor.” 

Echter de bouwsteen infrageluid of hele spectrum wordt niet aangedragen, dus het advies schiet ernstig tekort. Toch wordt er in de eigen samenvatting van het rapport melding gemaakt van windturbines als één van de belangrijkste bronnen van mogelijke ernstige hinder en slaapverstoring buitenshuis. 

Over het OBW

Ook wordt in het rapport en in de samenvatting nadrukkelijk verwezen naar het OBW: “Daarnaast blijkt uit periodiek landelijk vragenlijstonderzoek (Onderzoek Beleving Woonomgeving (OBW)) dat het percentage ernstige hinder van LFG tussen 2016 en 2023 toeneemt van 2,2 naar 3,2 procent.” 

Maar wat opvalt bij het nader bekijken van deze OBW is dat windturbines daar ook voorkomen maar er in het geheel niet uitgelicht worden.

Uit het OBW-onderzoek over 2023* blijkt toch wel iets heel opmerkelijks: 

Daar wordt een percentage van 0,4 % ernstige slaapverstoring gevonden door het geluid van windturbines en is er een percentage van 0,3 % ernstige slaapverstoring gemeld door de trillingen van de windturbines in de omgeving. Dit lijken lage percentages, maar als men bedenkt dat er in vergelijking met verkeerslawaai en buren nog maar heel weinig situaties zijn met windturbines verandert dat. De turbines zijn tot nu toe voornamelijk op afgelegen plekken gerealiseerd, dus zo ver mogelijk van woningen.

En het zegt nog meer als we omrekenen naar absolute aantallen. Met inbegrip van het in evenredigheid meerekenen van kinderen komen we op 72.000 inwoners met meldingen van ernstige slaapverstoring door het geluid en 54.000 personen met meldingen van ernstige slaapverstoring door trillingen. Vooral verbazingwekkend is dat dit niet gesignaleerd wordt, terwijl er volgens de eigen uitgangspunten aangegeven wordt dat deze rapportages dienen voor input voor beleid met het identificeren en verkennen van aandachtspunten voor toekomstig beleid. 

En windturbines van de huidige omvang zijn juist nu wel onderdeel van beleid! In 2027 zullen er nieuwe normen zijn waar vriend en vijand al zo lang op wachten. Er wordt nu al 6 jaar lang schimmig gedaan vanwege die nieuwe normen die er zullen moeten komen.

Over het literatuuroverzicht in het rapport

Vervolgens is in het rapport aangegeven dat er een review van de actuele wetenschappelijke literatuur is gedaan over LFG en daarbij is ook zelfs infrageluid opgenomen naar gezondheidseffecten: 

“Het doel van het literatuuroverzicht (een zogenaamde scoping review) was om de recente literatuur over gezondheidseffecten van LFG en infrageluid in kaart te brengen.” 

Dus het uitzonderlijke is dat infrageluid hier wel meegenomen wordt en in de rest van het rapport niet.

Er is een selectie van artikelen gemaakt op basis van vooraf opgestelde in- en exclusiecriteria. Daarbij is aangesloten op een eerder RIVM-onderzoek van Baliatsas et al. (2016) . Een onderzoek waarbij ook de hoofdauteur van het beschouwde rapport, dus van Poll zelf, één van de schrijvers is geweest. Het onderzoek voor het literatuuroverzicht liep van 2015 tot en met 2023.

Het resultaat was dat er slechts zes artikelen overbleven. Maar alle zes waren onderdeel van één overkoepelend onderzoeksproject naar de effecten van (nota bene) geluid van windturbines. Dus niets over luchthavens, waar in dit verband speciale aandacht naar uit is gegaan. Geen wonder dat gesteld wordt in het rapport dat uit het kleine aantal gevonden studies niet duidelijk is of LFG een negatief of geen effect heeft op de gezondheid. Op basis van de onderzoeksresultaten leidde dat niet tot één of ander uitsluitsel. 

Na het zorgvuldig bekijken van het hele onderdeel werd heel duidelijk dat alleen met een epidemiologische bril gekeken is. Alle mogelijke natuurwetenschappelijk belangrijke indicatoren zijn weggefilterd! En bekend is dat goed onderzoek begint met het daadwerkelijk meten van de mogelijke belangrijke indicatoren voor de effecten van het geluid.

We kunnen stellen dat een indicator die er wel is en ook een sleutelrol blijkt te vervullen elk epidemiologisch onderzoek zonder die indicator tekort doet schieten. Elk epidemiologisch onderzoek gaat gepaard met onzekerheden waardoor een statistische benadering noodzakelijk is. Zo is het wegfilteren van belangrijke onderdelen van het geluidsspectrum én van belangrijke literatuur over onderzoeken die meer natuurwetenschappelijk inzicht bieden de oorzaak dat de meeste mensen op het verkeerde been gezet worden. Dit blijkt dus ook in de genoemde factsheet van het RIVM duidelijk het geval te zijn.

Het is natuurlijk bekend dat er de laatste 20 jaar al veel belangrijk onderzoek is geweest en dat daar goede, maar mogelijk nog steeds als verkennend te kwalificeren studies zijn gedaan. Daar is niets mis mee. Die vroegen en vragen met des te meer nadruk om extra onderzoek. Het probleem is alleen dat er belangrijke onderzoeken zijn die ingaan tegen de heersende wenselijke opvattingen. Dit was er al bij het in 2011 vastgestelde beleid aangaande de windturbines middels de normen uit het activiteitenbesluit en moest doorgezet worden na de uitspraak van de Raad van State in juni 2021. Het bleek al uit de reactienota in de gevolgde procedure en des te meer uit de beperkte onderbouwing voor de concept normen die in oktober 2023 bekend zijn geworden. Het ministerie, samen met het bureau Arcadis die het ministerie assisteert en de heersende overtuigingen binnen het RIVM zijn daar vooral debet aan.

Over belangrijke literatuur die niet in beeld komt bij het RIVM 

Uit eigen kennis noem ik Pierpont met het WindTurbineSyndroom (WTS) uit 2009, maar die wordt ten onrechte afgeserveerd in de factsheet, Alves Pereira met de Vibro Akoestische Ziekte (VAZ) en recent Health Report on a Rural Sheep Farm in Scotland, eveneens ten onrechte afgeserveerd in de factsheet. Beide gaven verkennende studies met inbegrip van infrageluid die al in 2009 zo onderbouwd waren dat er meer gericht onderzoek naar had moeten plaatsvinden. 

Maar inmiddels zijn er ook de actuele ontwikkelingen rond prof. Mattsson, verbonden aan de universiteit van Uppsala, Efficient finite difference modeling of infrasound propagation in realistic 3D domains: Validation with wind turbine measurements en dr. Bellut-Staeck die zich beide mogen verheugen in de aandacht van de EU.

Bellut-Staeck neemt baanbrekend medisch onderzoek mee op het gebied van de zogeheten Piezo-kanalen op celniveau in het lichaam. Zij legt daarmee de link naar de invloed van infrageluid en de concreet te meten veranderingen in het lichaam. En dit zijn veranderingen die opmerkelijk vergelijkbaar zijn met wat prof. Alves-Pereira met haar VAZ al eerder aangaf op basis van haar onderzoeken destijds.

Voor meer artikelen verwijs ik u naar de website van het artsencollectief Windwiki

Naschrift

In de aanbevelingen aan het einde van het rapport wordt de volgende twee hier benoemd met daarna mijn commentaar:

  1. Voor het volgen van de ontwikkelingen van aard en aantal van de meldingen in de tijd en de omvang van de mate van hinder en slaapverstoring van LFG lijken bestaande mogelijkheden voldoende maar een meer eenduidige vorm van registreren van meldingen zou de monitoring verbeteren. 

    Het zal uit bovenstaande duidelijk zijn dat de bestaande mogelijkheden voor het volgen van de ontwikkelingen voor de omvang van de mate van hinder en slaapverstoring verre van voldoende zijn. Het hele geluidsspectrum moet gemeten worden en wel direct via zorgvuldig onderzoek. Zowel bij de turbines zelf als aan de gevel van huizen als binnen in slaapkamers. Pas daarna kunnen de normen en regels verbeterd worden.

  2. Naast het volgen in de tijd van meldingen bij meldpunten en het reviewen van onderzoeksresultaten naar effecten van LFG, verdient het daadwerkelijk meten van laagfrequent geluid rond LFG-bronnen meer aandacht in toekomstig LFG-onderzoek. Het RIVM raadt daarom aan om verkennende metingen uit te voeren op een aantal plekken in het land, waarbij zowel geluidmetingen als metingen naar gezondheidseffecten, zoals hinder en slaapverstoring, worden uitgevoerd.

    Dit kan natuurlijk nadrukkelijk onderschreven worden. Het had al vele jaren geleden ondernomen moeten worden.

    Wel met dien verstande dat het moet gaan om het hele geluidsspectrum! 

    LFG is daar onderdeel van en het meten van het hele spectrum moet en kan veel zorgvuldiger met moderne apparatuur en geschoolde mensen.

Het is nu van de gekke dat veel gedaan moet worden door vrijwilligers, dankzij hun bereidheid en inzet, zoals van de Nederlandse Stichting Geluidshinder en Stichting laagfrequent geluid.

Aan de gezondheid van mensen worden vele miljarden besteed, juist ook door onze overheden. Dan is het uiterst kwalijk dat er ten behoeve van dit onderwerp bijna geen praktisch onderzoek gedaan wordt. Dat is politiek absoluut niet te verkopen naar de Nederlandse burger, maar zij worden buiten de hier aangegeven kritische zaken gehouden. Verzet tegen wind op land is “not done”, want het gaat immers om een hoger doel, groene doelstellingen als gevolg van de klimaatverandering. Al het andere, grondstoffenproblematiek en milieu, is ondergeschikt. 

Het is nergens in het rapport benadrukt, maar in het bijzonder geldt voor het geluid of lawaai van windturbines dat het vaak lange periodes achter elkaar nachtenlang doorgaat en klachten van slapeloosheid daardoor juist op de langere termijn problemen veroorzaken.

De stap naar lawaai van luchthavens, die in aanzet zo belangrijk geweest is voor het opstellen van het rapport, laat zien dat de gang van zaken rondom Schiphol ook zeer veel overeenkomsten heeft met die rondom de realisatie en handhaving in relatie tot windturbines.

Het verdienmodel rondom deze activiteiten was helaas tot nu toe steeds leidend.

De link voor het volledige rapport Inventarisatie van meldingen, meetmethoden en effecten van laagfrequent geluid (LFG) in Nederland*  R. van Poll et al., op de RIVM-website : https://www.rivm.nl/publicaties/inventarisatie-van-meldingen-meetmethoden-en-effecten-van-laagfrequent-geluid-lfg-in

 

*) In de titel van de PDF van het RIVM staat het jaartal 2022 vermeld. De inhoud ervan heeft echter betrekking op het jaartal 2023, zoals tekstueel ook in het stuk verwerkt staat. Dit kan verwarrend werken, vandaar dat ik u daar voor de goede orde even op wijs.

 


Over de auteur

Ir. Leo van der Stelt behaalde zijn master in Mechanical and medical Engineering aan de Technische Universiteit Twente en werkte 39 jaar als hoofd docent aan de Saxion Hogeschool. Hij is in zijn werk steeds bezig geweest om binnen allerlei verschillende leerkaders belangrijke lesstof te verzamelen en te bewerken voor de HBO-studenten. De focus lag vooral op natuurkunde, ergonomie en wiskunde. Sinds 2020 richt hij zich op de maatschappelijke processen die zich rondom de energietransitie met wind en zon afspelen. In 2025 startte Leo zijn blog & nieuws op de NLVOW-website.

Bestanden
Categorie