De nieuwe 'foto' van NPRES werd 1 juli 2026 gepubliceerd.
Met de publicatie presenteert Nationaal Programma Regionaal Energie Strategie (NPRES) de nieuwe stand van zaken vanuit het beleid en voornemen van de ministeries. Na het vluchtig door te lezen (een analyse ervan volgt na de zomervakanties) vielen 2 passages op:
"De klimaatdoelstelling van tenminste 35 TWh in 2030 wordt gehaald, maar het gezamenlijke streefdoel van 55 TWh verdwijnt steeds verder uit beeld."
De NLVOW heeft het vele malen herhaald; het Klimaatakkoord van 2019 stelt dat het doel voor zon en wind op land voor 2030 35 TWh is. Aanvullende windturbines voor doelen voor jaren daarna dienen (en kunnen) op de Noordzee geplaatst.
Toen de RES-regio's hun biedingen deden bleken deze in totaal 55 TWh te bevatten. Hoewel de toenmalige minister Jetten content was met de 55 TWh die de regio's aanboden, besloot hij het Klimaatakkoord daar niet op aan te passen. Het doel werd niet van 35 TWh naar 55 TWh opgehoogd officieel vastgelegd. Dat het een 'streefdoel' wordt genoemd in de tekst van NPRES is dan ook terecht. Het is slechts een streven, een ambitie, om 55 TWh te realiseren aan zon en wind op land.
"Ondertussen groeit de urgentie. In 2040 is ongeveer 2x zoveel wind op land nodig als nu, en 3x meer zon."
Nederland telt zo'n 2.550 windturbines op land (bron: Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland). Als dat als uitgangpunt geldt, zouden er in ieder geval nog 2.550 bijgebouwd moeten worden. Daarbij rijzen direct twee vragen;
- Waar? De regering heeft tenslotte o.a. grootse plannen met buitenstedelijke nieuwbouw van huizen in de beperkte ruimte die Nederland beschikbaar heeft. Daarnaast eist Defensie het nodige aan (extra) ruimte op.
- Bij verdubbeling van huidig gerealiseerde windtrubines (bij zon zelfs een verdrievoudiging), overstijgt dat niet het streven van 55 TWh? Waarom is dat nodig?
Dat de regering de overbruggingsregeling voor milieunormen voor wind op land op 13 juli 2026 andermaal heeft verlengd tot en met 31 december 2027 lijkt dan een logisch gevolg. Het blijft namelijk een groot gepuzzel. Het vermoeden rijst dat een onleefbare 2x tiphoogte afstand van windturbine tot gevels van woningen bij dergelijke ambitie de norm zou moeten worden (als niet zelfs een onmogelijke 1x tiphoogte nodig is om dat 'streven' te behalen).
Daarbij, een jaargemiddelde als geluidsnorm die niet te handhaven is. Sterker nog, uit het veld wordt gemeld dat bij meldingen/klachten sowieso geen actie/poging tot handhaving wordt ondernomen, waarbij meldpunten in gevallen niet eens bereikbaar zijn of niet reageren. Het is te hopen dat ook het traject na installatie genormeerd wordt. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een verplichte 'APK' van de turbines door externen (geen 'vrijwillige' door eigenaren van turbines) en aan vastgelege procedures bij meldingen/klachten van ervaren overlast. Al met al lijkt de regering op dit moment helaas naar normen te neigen waarbij de windindustrie wederom bediend wordt ten koste van de leefomgeving en volksgezondheid.
Op de website van NPRES kunt u alles zelf lezen via: https://documenten.regionale-energiestrategie.nl/np-res-foto-juli-2026/
Zoals hierboven genoemd, de nieuwe publicatie van NPRES zal nog onder de loep genomen worden door de NLVOW en een analyse volgt na de zomerperiode.