In deze blog is de samenvatting weergegeven die Leo schreef van zijn uitgebreide essay “Wegkijken van Wind op Land - Hoe handelt de overheid tot nu toe?”
Onderaan deze blog vindt u beide documenten als PDF om te downloaden.
16 februari 2026, ir. Leo van der Stelt
Het proces en de enorm tekortschietende onderbouwingen in het kort
- De RES, het bestaan en de eenzijdige gang van zaken.
- De Helpdesk Wind op Land, met veel misplaatste geruststellende overheidsinformatie en de opname van alleen die juridische zaken, die snelle voortgang zouden kunnen bewerkstelligen.
- Het RIVM, dat met hun beperkte algemene informatie de betekenis van amplitudemodulatie, laagfrequent geluid en infrageluid van windturbines geheel wegpoetst.
- De milieunormen, met het al langdurig ontbreken van goede normen en de misplaatste suggestie dat lokale normen dat probleem voldoende oplossen.
Het totaal laat zien dat de verschillende overheden en instanties bezig lijken te zijn met een eigengereide voortzetting van te soepele planning en vergunnningverlening voor wind op land.

1. De RES, het bestaan en de eenzijdige gang van zaken
De RES-aanpak is in besloten kring opgezet en vanaf 2019 uitgerold, niet-democratisch volgens huis van Thorbecke en met eenzijdig informeren van het publiek.
Gedaan na een hamerslag in de Tweede Kamer met een regionale benadering naar 30 RES-regio’s. Draagvlak bij burgers werd als voorwaarde gesteld.
In de uitvoering was het lange tijd een “bestuurdersfeestje”. Volksvertegenwoordigers, statenleden, gemeenteraadsleden en burgers zelf werden niet meegenomen in het proces.
De NPRES functioneerde direct als paraplu met een eigen site met landelijke input en eigen communicatiemedewerkers. De regio’s hebben ook hun communicatie medewerkers en hun eigen sites. Er waren en zijn steeds behoorlijk wat betaalde medewerkers betrokken bij de communicatie. Opvallend bleek steeds weer dat discussies met betrokken mensen, die meer duidelijkheid wilden, vermeden werden.
De sites gaven steeds oppervlakkige informatie met een positieve inslag voor het met elan en snelheid doorzetten van de beoogde energietransitie.
In de eerste jaren lag er een zwaar accent op grootschalig zon en wind met de zogenaamde “bewezen technieken" en het benadrukken van het belang van draagvlak. Er werd gewerkt met leuzen als “van het gas af” en “op zee is niet genoeg ruimte" (voor windturbines). Het zou geweldig worden met samenwerking en plaatselijk voordeel.
Belangrijk daarbij was de eigen opgave van de mogelijke hoeveelheid op te wekken groene energie per gemeente, met de eigen keuze in zon en/of wind per 1 juli 2021. Vrijwel gelijktijdig heeft de RvS de milieunormen voor windturbines buiten werking gesteld met een ontsnappingsroute voor de dan lopende processen. In de RES werd er niet over gesproken. Geen woord over verdwijnen, ontbreken of bedreiging van draagvlak en leefomgeving. De nadruk kwam te liggen op de positieve kant van de realisatieprocessen en op allerlei andere mogelijke technieken.
De achtergrondinformatie van de windenergie werd snel overgeheveld naar de Helpdesk Wind op Land (WOL), zie hierna. De aangekondigde RES 2.0 per 1 juli 2023 met de belangrijke borging via de provincie is er nooit gekomen. De invoering van de omgevingswet werd als afleiding gebruikt en de werkelijke reden voor die verandering, het uitblijven van goede milieunormen, is altijd verhuld. De overheidsinformatie naar de eigen bestuursinstanties en raadsleden was steeds: “Wacht maar op de concept normen, die zullen de duidelijkheid wel geven”. Die normen kwamen als concept in oktober 2023 maar gaven geen enkele zekerheid.
Dat concept met de rammelende onderbouwing veroorzaakte veel felle kritiek en strijd buiten het zicht van de RES. De voortgang van het proces is per 1 januari 2024 voortgezet via de omgevingswet en de provincies. Er werd noch bij de RES noch bij de provincies meer gekeken naar eerdere afspraken en procedures en er werd geen publiekelijke analyse gemaakt.
De volgende gebleken feiten en hindernissen werden steeds niet benoemd of verklaard:
- de onzekerheid over de milieu-impact van de grootschalige windturbines en de bijbehorende juridische problemen,
- de netcongestie en wiebelstroomproblemen, dus de onbalans op het net vanwege zon- en windenergie,
- de onmogelijkheid om het elektriciteitsnet snel en doelmatig uit te breiden, voor 2030 kan er niet veel meer,
- de vele, vele bezorgde burgers met relevante argumenten, die zich ook nog eens flink organiseerden,
- hun bezorgde uitingen in zienswijzen en notities en inspreken in de richting van gemeenteraden, provincies en media,
- veel omstreden juridische uitspraken in relatie tot WOL,
- de verandering van het behaalde RES-doel voor 2030 naar de ambitie voor 2050 met de ontbrekende noodzaak van extra wind op land,
- het 2e Kamerbesluit van februari 2025: “de RES zal uiterlijk in 2030 opgeheven zijn”,
- de enorme toename van communicatiemedewerkers in dat RES proces,
- de constatering dat voor draagvlak en goede besluitvorming burgers al direct bij aanvang van projecten meegenomen moeten worden, wat evident niet gebeurd is.

2. De Helpdesk Wind op Land, met veel misplaatste geruststellende overheidsinformatie over de gezondheidseffecten en de opname van alleen die juridische zaken, die snelle voortgang zouden kunnen bewerkstelligen.
Net als bij de RES valt deze Helpdesk op, doordat wezenlijke punten vaak niet benoemd worden of zelfs afgedaan worden met opmerkingen die vooral geruststellend zijn, maar niet blijken te kloppen. De wil van de overheid om snel door te zetten, blijkt overal aanwezig.
Zo stelt de site van de Helpdesk nadrukkelijk dat bestuurders, raadsleden en ambtenaren er alle belangrijke informatie voor de diverse fases van windprojecten kunnen vinden. Onder de kop ‘Gezondheid’ wordt zelfs gesteld dat alles wat bekend is over geluid en vrijkomende deeltjes, gedeeld zal worden. En het narratief spreekt over beleid met grote zorgvuldigheid en daaraan direct toegevoegd het “feit” dat de turbines steeds stiller worden. Beide zijn duidelijk niet waar.
Er wordt met nadruk verwezen naar de onderbouwing van het RIVM met veel inzicht gevende informatie. Maar die zegt zelf al dat er nog veel onbekend is over de gezondheidseffecten. Zij suggereert wel dat turbines stiller worden, maar zij doen dat enkel op basis van geluid in het goed hoorbare domein van de geluidssterkte in dB(A) en niet voor laagfrequent geluid of infrageluid.
De Helpdesk legt ook de nadruk op “het eerlijke gesprek tussen overheid, bedrijfsleven en inwoners”, want dat zou de sleutel geven tot succes.
Uit de beschikbare RIVM en bijbehorende GGD informatie wordt selectief-positief geshopt.
Veel juridische informatie wordt gegeven over al in gang gezette projecten die doorgang kunnen vinden op basis van oude regels en inzichten. Niets wordt gezegd over wat belangrijk zou kunnen worden voor de toekomstige projecten.
Wat het meest opvalt is dat de Helpdesk Wind op land alleen de collega’s van overheden wil helpen. Wie als burger wil deelnemen aan een online webinar wordt de toegang ontzegd. Wel blijken de websites van NPRES en Helpdesk Wind op land uit te blinken in positieve informatie, maar eenzijdig zonder het benoemen van nadelen voor gezondheid en leefomgeving en zonder het aanreiken van alternatieven, zoals wind op zee. Wat er verder in cursussen en vraag-beantwoording wordt aangereikt aan alleen de overheidsdienaren is niet transparant te controleren.

3. Het RIVM, dat met hun beperkte algemene informatie de betekenis van amplitudemodulatie, laagfrequent geluid en infrageluid van windturbines geheel wegpoetst.
Daarmee schiet het RIVM dus ernstig tekort in de visie over de aard en impact van het geluid van windturbines.
Zij hebben bij lange na niet alle relevante literatuur verzameld en ook hun analyse met grote achterstand achterwege gelaten. Ze hebben dus zeker ook de vereiste voorzorg uit het oog verloren.
- Zij hebben geen natuurwetenschappelijk verantwoorde benadering, dus niet akoestisch en niet audiologisch,
- Ze besteden hoegenaamd geen aandacht aan de kenmerkende verschijnselen van de amplitudemodulatie (AM) en de gezondheidsbedreiging, die met name in de nacht aanwezig is.
- Zij bagatelliseren de omvang van het LFG, die de windturbines veroorzaken.
- Zij nemen de invloed van de enorme schaalvergroting niet mee.
- Zij ontkennen de gezondheidsbedreigende rol van het energierijke infrageluid (IG), met de mogelijke resonanties die daar het gevolg van zijn.
Dus vooral geldt dat ze geen oog hebben voor de wetenschappelijk noodzakelijke en primair vereiste, natuurkundige benadering via het voorwaardelijke en duidelijke meten van de geluidssterkte over het hele spectrum. En dus ook niet over de gevolgen daarvan. Natuurwetenschappelijke geschoolde audiologen bekijken en meten wat er in de mens gebeurt en akoestisch deskundigen analyseren en meten het geluid in de leefomgeving.
Fysieke omstandigheden en fysiologische effecten zullen concreet gemeten moeten worden voor het zicht op de mogelijke gezondheidseffecten. Dat vindt iedereen logisch. Het hoort zeker bij primair en exploratief onderzoek.
Pas als blijkt dat er een grote hoeveelheid belangrijke invloedsfactoren zijn, komt statistisch onderzoek in beeld. En daar heeft het RIVM met hun epidemiologen steeds de focus op. Voor geluid van windturbines is dit ook dominant geworden en is men zich gaan richten op hinder bij omwonenden. Slaapverstoring zou immers niet te bewijzen zijn.
Epidemiologen zijn echter niet praktisch en ook niet natuurwetenschappelijk onderlegd.
Het RIVM heeft ook, vanaf ongeveer 2008, de afslag genomen naar de typisch Nederlandse Lden-problematiek met de sterkte van alleen A-filter gemeten geluidssterkte. Dan gaat het dus alleen over het goed hoorbare gebied van het geluid. En ze doen dat voornamelijk in relatie tot wat bekend is over omgevingslawaai, zoals verkeer. Dus ze gaan helemaal voorbij aan het gegeven dat de meeste aan windturbinegeluid blootgestelde mensen problemen aangeven met het lawaai ‘s nachts in relatie tot de wenselijke nachtrust en slaapproblemen.
Dit ondanks het eigen, typerend ritmische verschijnsel van AM met de gebleken extra hinder in vergelijking met omgevingslawaai. De basis is de passeerfrequentie van de wieken en die is 0,5 - 1,2 Hz, dus in het gebied van het infrageluid. Daarnaast ontstaan door de schaalvergroting toenemende sterktes en meer resonanties en interferenties met hogere, beter hoorbare frequenties dan de basisfrequentie. Bekend zijn vooral de vaak voorkomende nachtelijke verschillen in windsnelheid in diverse luchtlagen die op de wieken inwerken en daardoor meer LFG produceren. Daarnaast ontstaan er nadelige effecten via infrageluid en meer turbines bij elkaar (cumulatie), met name op grotere afstanden (500 - 3000 m) en gemeten over het hele spectrum. Veel sensitieve mensen (denk aan wel 25 % van de bevolking) kunnen die waarnemen. Op de korte termijn kan migraine en op de langere termijn een tekort aan slaap of diepe slaap met alle bijkomende gezondheidsproblemen het gevolg zijn.
Buiten dat blijkt dat het RIVM bij de behandeling van literatuur selectief bezig is geweest en audiologische en akoestische literatuur uitsluit wegens het naar hun eigen oordeel ontbreken van voldoende wetenschappelijk niveau. Dat is makkelijk te stellen omdat goed meten over het hele spectrum bij windturbines met sterk variërende windsnelheden lastig en kostbaar is.
Op deze manier kunnen het RIVM en vergelijkbare instituties met hun “wetenschappers” hun eigen standaard stellen.
Het RIVM blijkt ook nog eens, in een klacht over hun wetenschappelijke integriteit, toe te geven dat zij uitspraken niet op basis van wetenschap doen, maar op basis van overheidsbeleid. En in die procedure zijn zij al heel lang aan het tijdrekken om maar niet met eigen wetenschappelijke en belangrijke onafhankelijke informatie te hoeven komen.

4. De milieunormen, met het al langdurig ontbreken van goede normen en de misplaatste suggestie dat lokale normen dat probleem voldoende oplossen.
Vanuit de Helpdesk wordt simpel gesteld: “Nieuwe landelijke normen zijn in de maak, gemeenten en provincies kunnen hun eigen lokale normen stellen”. En kennelijk bevalt dit de ministeries en de NPRES zo goed dat zij menen ongestoord alsmaar verder te kunnen gaan. Dit te meer omdat lokale normen, al helemaal achterliggen bij de gevorderde wetenschappelijke inzichten en de gevorderde bouwhoogten van turbines en ook obstakels in de omgeving.
De RvS heeft dus al bijna 5 jaar geleden de oude normen niet meer van toepassing verklaard en alleen nog een overbruggingsregeling aangegeven. Die laatste prolongeert nu juist de door het EU-Hof afgewezen methode van het voormalige Activiteitenbesluit (2011). De al lopende projecten doen het dus ten onrechte nog wel met de oude normen.
Algemeen stelt de RvS dat de normen actueel en deugdelijk moeten zijn. Europees recht vereist eerst een planMER-procedure en daarop gebaseerde besluitvorming. Het heeft geleid tot een typisch Nederlandse procedure met als vastlegging vooraf dat de normen op basis van Lden gedaan zouden moeten worden en de informatie van het RIVM het kader zou geven.
De overheid gaf steeds aan dat de conceptnormen wel ongeveer de uiteindelijke normen zouden zijn. Die conceptnormen kwamen in oktober 2023, maar bleken in de onderbouwing op meerdere essentiële zaken ernstig tekort te schieten. Het is in veel zienswijzen geconstateerd en leidde tot een storm van kritiek. Vooral de jaargemiddelde Lden en het ontbreken van behoorlijke onderbouwing van LFG en infrageluid leidden hiertoe.
En het RIVM hult zich al die tijd in stilzwijgen. Nieuwe belangrijke informatie werd en wordt niet behandeld. Er wordt duidelijk op de politiek gewacht om ondertussen nog rustig op de oude voet voort te kunnen gaan.
En lokaal normen kunnen stellen voor toekomstige projecten is een heilloze uitvlucht van de overheid. Die normen zullen dan meer bescherming moeten gaan bieden dan de uiteindelijke normen. De expertise bij provincies en gemeenten ontbreekt nu in het geheel en kun je van hen of van mogelijke onderzoeksbureaus ook niet verwachten. Die zullen, vanwege hun marktpositie, nooit ingaan tegen de wensen van de overheid en de windbranche als broodheer. Het is hun taak ook niet. En zodoende blijven de mogelijke tekortkomingen uit het zicht.

Hoe handelt de overheid tot nu toe?
De NPRES, de Helpdesk Wind op Land, het RIVM en de Ministeries EZ/KGG en I&W laten duidelijk na om wind op land te normeren en in perspectief te zetten naar alternatieve duurzame opwekking op hetzelfde elektriciteitsnet. Ze laten hun zorgplicht na en horen eerlijk en met voorzorg de effecten op de leefomgeving te meten. Ze zetten in op het in stilzwijgen voort laten bestaan van misstanden om zo alsnog een hoger doel van wind en zon op land te bereiken dan die is vastgesteld in het Klimaatakkoord 2019. Het nieuwe kabinet zet wel juist in op wind op zee en kernenergie, maar er blijkt nergens uit dat zij wind op land nog enige realiteitszin willen geven. Dit blijkt uit de beoogde langdurige voortzetting van SDE-subsidie. Intussen staan burgers langs de lijn.
Het zijn waarschijnlijk toch maar Nimby’s tegenover de hoge ambities van enkelen in de politiek, in de ambten en/of betrokken instanties. Zij kunnen nog steeds geruggesteund worden dankzij het nog steeds oppervlakkige besef bij een grote groep andere burgers.