Bovenstaande afbeelding is gecreëerd met kunstmatige intelligentie. De personen op de afbeelding afgebeeld zijn fictief.
In aanloop naar het debat van 6 oktober 2026 stuurde de NLVOW een oproep aan de de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat.
Daarin vraagt de NLVOW de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat om het voorgestelde afstandsbeleid voor windturbines kritisch te (laten) herzien. De vereniging wijst op ontbrekende en verouderde milieueffectrapportages, het ontbreken van een Reactie-Nota en het negeren van belangen en gezondheidseffecten voor omwonenden.
Ook benadrukt zij dat moderne turbines meer laagfrequent geluid produceren dan de gebruikte rekenmodellen kunnen voorspellen, wat leidt tot onderschatting van hinder en slaapverstoring.
Daarnaast stelt de NLVOW dat de voorgestelde norm van tweemaal de tiphoogte onvoldoende bescherming biedt en niet aansluit bij actuele internationale inzichten.
De NLVOW pleit daarom voor een volledige, actuele MER, transparante belangenafweging en wetenschappelijk onderbouwde normering.
Deze oproep biedt een helder overzicht van de belangrijkste tekortkomingen en risico’s rondom het huidige beleidsvoorstel:
- Inhoud van oproep NLVOW aan vaste commissie Infrastructuur en Waterstaat Tweede Kamer - oktober 2026
- Geachte leden van de vaste commissie Infrastructuur en Waterstaat,Met deze email willen wij uw aandacht vragen voor de ernstige tekortkomingen in het voorstel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (29 383 nr. 450, d.d. 28 augustus 2026) om vooruitlopend op de Nieuwe Windturbinebepalingen een afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte van windturbines tot woningen vast te stellen, aangevuld met diverse mogelijkheden om via maatwerk nog kortere afstanden toe te staan.Het voorstel stelt dat het Ontwerpbesluit en de bijbehorende plan-MER ter inzage hebben gelegen. Echter is er nooit een Reactie-Nota verschenen, ook niet richting de Commissie voor de m.e.r.. De gebruikte MER stamt uit 2022 en is aantoonbaar verouderd. Sindsdien zijn vele nieuwe gegevens beschikbaar gekomen, terwijl essentiële onderdelen ontbreken: een nul-alternatief, alternatieven zoals windopwek op zee (verplicht voortvloeiend uit het Klimaatakkoord 2019), en een actuele beoordeling van milieueffecten. Daarmee voldoet de onderbouwing niet aan de eisen die aan een actuele, volledige en zorgvuldige milieubeoordeling gesteld moeten worden.Opvallend is bovendien dat belangen van omwonenden geheel niet zijn meegewogen. De brief volstaat met de stelling dat het besluit “zekerheid en duidelijkheid” zou bieden, maar motiveert niet hoe dit zich verhoudt tot gezondheidseffecten, de Zorgplicht, het Voorzorgbeginsel en diverse Europese richtlijnen. Ook de ruimtelijke impact van een grootschalige ‘hagelslag’ aan zeer hoge industriële installaties wordt niet behandeld.Provincies zoals Gelderland en Drenthe kozen eerder gemotiveerd voor aanzienlijk ruimere afstandsnormen (tot aan 4 maal tiphoogte toe) ter bescherming van hun inwoners. In het rapport Afstandsnormen (naar aanleiding van aangenomen motie Erkens-Leijten) wees de NLVOW al op verouderde rekenmethoden voor geluid en op veel strengere normen in het buitenland. Zolang deze rekenmethoden niet zijn geactualiseerd, is de stelling dat een afstandsnorm geen extra bescherming zou bieden niet houdbaar. Evenmin is het correct dat het voorstel invulling zou geven aan de aangenomen moties Erkens/Leijten (2022) en De Groot (2025).De brief motiveert zich uitsluitend met het willen behouden van ruimte voor de energietransitie. Pas na een verdubbeling van het aantal windturbines op land wordt een afgeleide motivatie gegeven om ruimte te houden voor woningbouw. Dit is een onlogische redenering: wie geen extra windturbines op land plaatst, behoudt vanzelf ruimte voor woningbouw. Bovendien worden tal van uitzonderingen geïntroduceerd die ertoe leiden dat feitelijk geen werkelijke afstandsnorm meer overblijft. De windbranche lobbyt zelfs om geen afstandsnorm te hanteren ten opzichte van individuele woningen in het buitengebied, omdat deze “wijd verspreid zouden liggen”. Wij achten deze suggestie vanuit de windlobby volstrekt onaanvaardbaar.Daarnaast gaat de brief uit van de aanname dat meer wind op land noodzakelijk zou zijn voor het oplossen van netcongestie. Dit is niet correct. Lokale opwek vereist altijd verzwaring van kabels en stations, zowel voor aansluiting op het hoogspanningsnet als voor een leveringszekerheid bij windstilte. In een Europees gekoppeld elektriciteitsnet maakt het voor de leveringszekerheid niet uit of elektriciteit lokaal of offshore wordt opgewekt. Sterker nog: extra wind op land werkt de businesscase van wind op zee tegen.Het voorstel zoals nu voorligt gaat voorbij aan de noodzakelijke beoordeling van milieueffecten, aan een zorgvuldige belangenafweging en aan een wetenschappelijk onderbouwde noodzaak voor meer windturbines op land. De MER is overjarig, de onderbouwing incompleet en de voorgestelde norm onvoldoende gemotiveerd.Wij verzoeken u daarom dringend het voorstel in deze vorm niet te steunen en eerst te zorgen voor:
- een actuele en volledige MER,
- een Reactie-Nota waarin alle zienswijzen worden behandeld,
- een zorgvuldige en transparante belangenafweging,
- een onderbouwing die voldoet aan Europese en nationale normen.
De NLVOW en haar leden vertrouwen erop dat de commissie haar taak met de vereiste zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid zal uitvoeren, en het ministerie Infrastructuur en Waterstaat op 6 oktober a.s. kritisch zullen bevragen met betrekking tot bovenstaande.Graag wijzen wij u naar de onderstaande links voor duiding en toelichting op hetgeen wij betogen in deze email:
AI created based on audiologische factsheet | ir. Leonard M.B. Baart de la Faille & drs. Sylvia van Manen
Met vriendelijke groet,Bestuur NLVOW
NLVOW
Nederlandse Vereniging Omwonenden WindturbinesBroekzijdestraat 66986 CK AngerloT 06 53 146 014KvK 58814965
IBAN NL88 INGB 0006 232 626