De belangrijkste RIVM-uitingen bij elkaar gezet.
Opgesteld juli 2026

Inleiding op de procedure voor de nieuwe milieunormen
Voor windturbines is er nu een belangrijke periode aangebroken, omdat de Tweede Kamer zich moet buigen over de nieuwe milieunormen voor windturbines. Vijf jaar geleden heeft de Raad van State duidelijk uitgesproken dat die er volgens Europese Unierecht moeten komen. De belangrijkste categorieën voor de milieunormen zijn die voor de bescherming van de omwonenden tegen het geluid en die ter voorkoming van aantasting van de natuur en het landoppervlak (bij dit laatste moeten we met name aan bisfenol A denken).
In dit kader beperk ik mij tot het geluid ofwel het lawaai van de turbines.
Over de procedure
De Raad van State heeft bij hun uitspraak in juni 2021 aangegeven dat de normen actueel en deugdelijk dienen te zijn. Echter, via een overbruggingsregeling en samen met de ontsnappingsroute dat er lokaal eigen normen gesteld mogen worden gaan de plannen en realisaties voor nieuwe projecten nog steeds door. Daarbij wordt natuurlijk ook de bestaande ontwikkeling van de schaalvergroting van de turbines nog steeds doorgezet.
En verder geldt ook bijna altijd, dat eenmaal verleende vergunningen onherroepelijk zijn met als kanttekening dat onder al bestaande vergunningen ook nog weer grotere turbines, met meer vermogen en meer impact, gerealiseerd kunnen worden. Dit laatste staat bekend als repowering.
Maar let op! Die grotere turbines, tot wel 280 meter, zijn nog niet eens volledig ontwikkeld. Daarbij komt dat alle generaties turbines van de laatste 15 jaar niet eens zorgvuldig in de praktijk zijn onderzocht. Vaak worden er aannames gedaan op basis van gewoon omgevingslawaai of op basis van onderzoeken met kortdurende simulaties via luidsprekers. Echt zorgvuldige real-time metingen zijn er bijna niet of anders wordt de wetenschappelijke waarde daarvan niet erkend!
Aangekondigd is nu dat de normen 1 januari 2027 in werking zullen treden, nog minder dan een half jaar; vandaar dat de Tweede Kamer zich er nu wel mee moet gaan bemoeien. Gelukkig hoeven we vanwege de huidige publiciteit, in combinatie met de langdurige trage gang van zaken, niet te vrezen voor een Algemene Maatregel van Bestuur, dus voor een situatie waarbij de Tweede Kamer zich buiten spel laat zetten.
Maar helaas is er tot nu toe in het voortraject nog steeds geen enkel publiek debat geweest in relatie tot de komende concept normen.
Wel is door het RIVM aangegeven dat zij van het ministerie de opdracht heeft gekregen om een belevingsonderzoek te doen en om te onderzoeken of de gehanteerde Blootstellings Respons-relatie (dosis-effect relatie) van 18 jaar geleden aangepast moet worden. De resultaten van het onderzoek worden eind 2026 verwacht.
Is dan misschien het wachten hier nu op?
De inhoud van de procedure
De landelijke procedure voor de nieuwe milieunormen gaat volgens een Nationale Milieu Effect Rapportage (planMER geheten) die in een EU-protocol is vastgelegd. Daarbij hoorde in de aanvangsfase een zogeheten Notitie van Reikwijdte en Detail met de mogelijkheid voor organisaties en particulieren tot het indienen van zienswijzen en een reactienota daarop van het ministerie, in combinatie met bureau Arcadis, als voorlopige afronding van deze fase.
Dit gebeurde door de staatssecretaris I&W op 30 augustus 2022.
Uit die reactienota bleek overduidelijk dat de rol van infrageluid bij windturbines niet begrepen werd, ondanks uitleg hierover in meerdere zienswijzen.
Daarnaast is door het ministerie aan provincies en gemeenten destijds meermalen laten weten dat de nog komende conceptnormen wel een goede indicatie zijn voor de definitieve normen en dat er regionaal vanuit gegaan mag worden dat deze conceptnormen niet veel zullen gaan afwijken van de definitieve normen, dus een goede basis daarvoor zullen vormen en geen belemmering zijn voor voortgang.
Die conceptnormen kwamen er in oktober 2023, maar uit de vele daarop ingediende zienswijzen en alle andere gepubliceerde reacties bleek dat er enorme fundamentele bezwaren waren. Sindsdien is er publiekelijk bijna niets meer bekend geworden vanuit de betreffende ministeries (Infrastructuur en Waterstaat & Klimaat en Groene Groei) en vanuit het RIVM.
Ik heb zelf op de NLVOW-website, in navolging van enkele belangrijke internationale onderzoekers, al onderbouwd waarom infrageluid met zijn uitwerking heel belangrijk is voor de effecten van het geluid op omwonenden. Meer daarover leest u in mijn Blog en Nieuws op de NLVOW-website.
In het kort zorgt de wiek passage frequentie, die bij draaien rond 1 Hz ligt, voor de basis van de optredende amplitudemodulatie. Het zorgt daarmee voor het meest energierijke gedeelte van de trillingen en kan op grote afstand makkelijk in huizen, dus inpandig, sterke resonantie-effecten doen ontstaan. Deze kunnen op hun beurt onder andere ook van laagfrequente aard zijn. In de praktijk gaat het steeds om de invloed van het hele geluidsspectrum met dien verstande dat op wat grotere afstanden de cumulatie van meerdere windturbines een groot probleem kan doen ontstaan.
Dit betekent dat alleen normen in dB(A), dus A-filter gemeten geluid, ernstig tekortschieten. En dit betekent ook dat de kennis die het RIVM tot nu toe uitdraagt, ernstig tekortschiet.
De hoofdonderzoeker van de onderliggende rapporten van de factsheet van het RIVM, Frits van den Berg, zegt ten onrechte tot de dag van vandaag, dat het infrageluid van windturbines voor mensen niet waarneembaar is. Bovendien stelt hij dat het infrageluid van windturbines met het G-filter gemeten moet worden. Dit filter vermindert de gemeten energie in de trillingen rondom 1 Hz met een factor 10.000.
Antwoorden op Kamervragen en opvallende RIVM-uitspraken
De ministeries verwijzen bij algemene en bij Tweede Kamervragen over het onderwerp snel naar het RIVM.
Maar die informatie klopt lang niet altijd.
Zo blijkt onder andere niet dat het RIVM de literatuur van de laatste 6 jaar bijhoudt! Het RIVM geeft op hun site aan dat de literatuur, die zij zegt bij te houden, in 2025 zal worden samengevat in een rapportage. Maar helaas, dat is publiekelijk nog niet gebeurd.
Het RIVM geeft enkel sinds het 4e kwartaal van 2022 een overzicht van geselecteerde literatuur op basis van eigen criteria en daarnaast nog enige, volgens hen belangrijke, literatuur die buiten de criteria valt. Dit noemen zij de grijze literatuur. Daar waar er samenvattingen in de gegeven literatuuropgaven voorkomen, worden deze in het geheel overgenomen.
De RIVM-visie is vooral weergegeven in hun factsheet die ook in de uitgave van 2025, volgens de eerste zin in dat artikel, de gezondheidseffecten net als die in de uitgave van 2021 weergeeft.
Er hebben tussentijds, zoals zij zelf ook aangeven, bijna alleen enkele tekstueel verduidelijkende wijzigingen plaatsgevonden plus de aankondiging dat het RIVM-opdracht heeft gekregen om te onderzoeken of de Blootstellings Respons-relatie aangepast moet worden. De resultaten van dat onderzoek worden dus eind 2026 verwacht.
Hier nog enkele opvallende uitspraken op de RIVM-site:
- “Uit het internationale literatuuronderzoek blijkt dat nog veel onduidelijk is”
- “Er bestaan tijdelijk geen landelijke, wettelijke normen voor windturbinegeluid."https://www.rivm.nl/windenergie/windturbines-gezondheid/vragen-en-antwoorden-gezondheidseffecten-windturbines#verkenningvervolgonderzoek
- “Op basis van de blootstelling-respons relatie uit 2008 weten we dat bij een etmaal norm van 47 dB Lden ongeveer 8 á 9% van de bewoners in huis ernstige hinder ondervinden, buitenhuis is dit percentage hoger.”
- Opmerking: Er zijn inmiddels meerdere gerespecteerde rapporten waaruit blijkt dat dit percentage veel hoger ligt.
- “Op basis van diezelfde blootstelling-respons relatie en blootstellingsgegevens uit 2015 is geschat dat gemiddeld ruim 7.300 personen van 18 jaar en ouder in Nederland ernstige hinder ervaren door windturbinegeluid (Welkers et. al., 2020).
- Opmerking: Uit het aangegeven rapport: https://www.rivm.nl/publicaties/onderzoek-beleving-woonomgeving-obw-hinder-en-slaapverstoring-in-2023 blijkt dat al 74.000 mensen ernstige hinder ondervinden en ook dat er maar liefst 56.000 personen zijn die aangeven ernstige slaapverstoring te ondervinden.
- Er is een procedure gemeld met betrekking tot het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) waarover het LOWI zich heeft uitgesproken (Advies 2024-10). Dit was op 25 juni 2024. Daarna wordt hier niets meer over gemeld, maar bekend is wel geworden dat de directeur van het RIVM heeft gemeld dat een belangrijk onderdeel van de factsheet gezien moet worden als beschrijving van de onderbouwing van het Nederlandse beleid.
Als laatste is gemeld dat een eerdere opmerking op basis van een persoonlijk bericht vervangen is door een literatuuropgave uit 2023, jawel dus toch een verandering na 2021. Het blijkt een conferentiepaper te zijn: Evolution of sound production of onshore wind turbines, 10th International Conference on Wind Turbine Noise, Dublin.
Het zegt veel over het voortdurend vertelde verhaal ofwel het narratief van het ministerie met Arcadis en het RIVM.
Het betreft dus een grijs artikel van de genoemde Frits van den Berg samen met 3 schrijvers van Arcadis.
Het artikel is dermate discutabel en eenzijdig dat dr. Harrie Verhoeven voor Windwiki een weerlegging weerlegging heeft geschreven. Voor de NLVOW-website maakte ik daarvan een samenvatting.
Over de actuele publicatie van het RIVM-rapport 2025-0074 over Laagfrequent Geluid
Behalve het voortdurende ontkennen door het RIVM van de rol van infrageluid van windturbines is het ook wel belangrijk om de meest actuele publicatie van het RIVM over laagfrequent geluid (LFG) onder de loep te nemen.
Het gaat om:
Inventarisatie van meldingen, meetmethoden en effecten van laagfrequent geluid (LFG) in Nederland door Ric van Poll et al. publicatiedatum 22-09-2025
Ik schreef er een kritische beschouwing over, waar ik vanuit deze blog graag naar verwijs.
Hier kort de kern van de weergave:
Bekend is dat de laatste jaren veel mensen bijna altijd tevergeefs klagen over geluidsoverlast in relatie tot windturbines. Zij worden voortdurend ontmoedigd vanwege de enorme tekorten in de regelgeving op dit geluidsgebied. De kenmerkende reacties die zij vaak te horen krijgen: “het is goed voor onze wereld en/of er is toch niets aan te doen”.
Maar hierbij bestaan er voortdurend ernstige misvattingen, zoals ook het rapport op pijnlijke wijze aangeeft en dat meestal niet in relatie tot windturbines.
De actuele publicaties van het RIVM op geluidsgebied beperken zich slechts tot LFG als omgevingslawaai. Dat wordt immers gezien als een groot probleem in Nederland; Schiphol is met name een afschrikwekkend voorbeeld.
De behandeling van de meldingen door mensen die ernstige effecten ervaren,
- de gebleken beperkingen van de mogelijke en in de praktijk gehanteerde meetmethoden
- en het overduidelijk ontbreken van actuele kennis,
geven een hele keten aan als reden voor grote maatschappelijke zorg.
Maar de geluidseffecten van windturbines op de omwonenden, met LFG als een belangrijk aandachtspunt, worden echter niet eens zorgvuldig benaderd. Dit terwijl de hoofdauteur wel betrokken is geweest bij eerdere RIVM-artikelen over geluid van windturbines.
Bovendien kent dit rapport nadrukkelijke verwijzingen naar het jaarlijkse Onderzoek Beleving Woonomgeving (OBW) van dezelfde hoofdauteur. Zie al onder punt 4a hierboven.
Het OBW-rapport over 2023 kent opmerkelijke resultaten voor windturbines. Maar waar een hoofddoel van de jaarlijkse OBW-rapporten is om belangrijke veranderingen te signaleren en voor beleidsdiscussies te gebruiken, is dit in het geheel niet gebeurd. Het wordt gewoonweg niet benoemd.
In de publiekssamenvatting van het hier beschouwde LFG-rapport wordt alleen melding gemaakt van de focus op het LFG, zonder dat er over de definitie van het laagfrequent geluid gesproken wordt. Dit laat dus al zien dat infrageluid met frequenties lager dan LFG in feite geen rol speelt in het rapport. Het verschil wordt niet opgehelderd en het publiek wordt onwetend gehouden. Dit is in de praktijk voortdurend funest voor de goede perceptie van het geluid van windturbines.
Er staat in het rapport:
“De meeste Omgevingsdiensten gebruiken de richtlijnen van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) of de zogeheten Vercammen-curve, of allebei. Deze geven een indicatie of de gemelde LFG hoorbaar, aanvaardbaar of hinderlijk is. Er is ook nog geen werkwijze om de metingen te analyseren en erover te communiceren.”
Kortom, er is slechts een indicatie van de problematiek, maar zeker nog geen werkwijze, niet voor LFG en al helemaal niet voor infrageluid en dus ook niet voor het totale geluid.
En de richtlijn van de NSG en de Vercammen-curve zijn niet gevalideerd voor het amplitude gemoduleerde geluid van windturbines en toch worden ze niet alleen in dit rapport, maar ook in de onderbouwing van de concept-milieunormen voor windturbines door het ministerie met Arcadis nadrukkelijk en als vanzelfsprekend gebruikt.
Verder is in het rapport aangegeven dat er een literatuuroverzicht gemaakt is:
“Het doel van het literatuuroverzicht was om de recente literatuur over gezondheidseffecten van LFG en infrageluid in kaart te brengen.”
Dus uitzonderlijk in het rapport hier wel infrageluid!?
Maar wat blijkt? Geen artikel over LFG kwam door de selectiecriteria en slechts 1 combinatie van artikelen over (nota bene) geluid van windturbines. Dus niets over luchthavens, waar in dit verband speciale aandacht naar uit is gegaan. Geen wonder dat gesteld wordt in het rapport dat uit het kleine aantal gevonden studies niet duidelijk is of LFG een negatief of geen effect heeft op de gezondheid. Het zegt alles over de selectiecriteria en de epidemiologische bril van waaruit het RIVM naar wetenschappelijke publicaties kijkt. Belangrijke verkennende natuurwetenschappelijke studies, zoals van prof. Mattsson, van prof. Alves Pereira of van dr. Pierpont of worden gewoonweg niet meegenomen.
Goed onderzoek in het genoemde kader begint met het daadwerkelijk meten van de mogelijke belangrijke indicatoren voor de effecten van het geluid. De apparatuur en de mogelijkheden zijn tegenwoordig goed beschikbaar. Pas daarna kan er goed epidemiologisch onderzoek plaatsvinden.
Het rapport pleit terecht voor een eenduidige vorm van registreren van hinder en slaapverstoring. Het zegt alles over de bestaande situatie dat dit, ondanks de goede mogelijkheden en de vanuit gezondheidseffecten dringende noodzaak, nog niet gebeurd is.
Het zegt ook alles dat het RIVM hier in het rapport aanraadt om verkennende metingen uit te voeren op een aantal plekken in het land. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor LFG in het algemeen, maar ook voor infrageluid en het gehele spectrum bij windturbines.
Over de auteur
Ir. Leo van der Stelt behaalde zijn master in Mechanical and medical Engineering aan de Technische Universiteit Twente en werkte 39 jaar als hoofd docent aan de Saxion Hogeschool. Hij is in zijn werk steeds bezig geweest om binnen allerlei verschillende leerkaders belangrijke lesstof te verzamelen en te bewerken voor de HBO-studenten. De focus lag vooral op natuurkunde, ergonomie en wiskunde. Sinds 2020 richt hij zich op de maatschappelijke processen die zich rondom de energietransitie met wind en zon afspelen. In 2025 startte Leo zijn blog & nieuws op de NLVOW-website.